Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezelfde zijn J). Men denke b.v. aan een condictio indebiti, ingesfeld bij den burgerlijken rechter, na uitspraak van Raad en Ged. Staten over gemeentebelasting, — aangenomen nu hier de competentie der rechterlijke macht in die vordering, en haar ontvankelijkheid.

48. dd. Aangaande gebondenheid van den burgerlijken rechter aan beslissingen van den administratieven vgl. Hazelhoff, Over de Competentie der Justitie (1889) p. 56 v. o., in het bizonder ook voor belastingzaken (vgl. hiervóór p. 76 v. o.—77 v. b.).

Die gebondenheid van den burgerlijken rechter aan de uitspraken van den administratieven strekt zich niet uit tot de overwegingen, waarop die uitspraken berusten, speciaal niet tot de daarbij gehuldigde uitlegging van wettelijke voorschriften. — Zie in dien zin Hof 's Grav. 12 Dec. 1892 W. 6307, P. v. J. 1893 no. 3, G. st. 2167, W. B. A. 2297. Anders, in dezelfde zaak, in cassatie de concl. O. M. vóór H. R. 9 Juni 1893 W. 6361, R.spr. 164 § 24, v. ö. Hon. B. R. 59 p. 204, P. v. J. 1893 no. 65, G. st. 2187, W. B. A. 2303. Echter reageerde de

1) Dit laatste, afgezien hier van het geval dat tegenover de ééne partij bij die twee procedures, in de eerste daarvan een ander orgaan derzelfde gemeenschap heeft gestaan als in de volgende, zonder dat die twee organen optreden voor verschillende zelfstandige eigen belangen. In dat geval toch is toepasselijk wat daaromtrent wordt opgemerkt hierna in no. 62 sub aa i. f. (vgl. ook aldaar sub cc).

Ter verduidelijking van het in den tekst gezegde, het volgende voorbeeld: Een derde zal wel moeten erkennen, dat de door den administratieven rechter in het ongelijk gestelde belastingschuldige tot betaling verplicht, dus schuldig is; maar hij kan m. i. volhouden, dat dit zoo is tengevolge dier uitspraak en dat het dus inderdaad geen belastingschuld is (vgl. p. 278 hiervóór), — zoodat hij bij faillissement van den bedoelden persoon niet het recht van den Staat op de geldsom, doch wèl diens privilege, in het renvooiproces kan betwisten. — M. i. zal, althans als men bij het Wetb. v. Adm. Rv. ook het derden-verzet opneemt (dat in Frankrijk tegen beslissingen van den administratieven rechter wordt toegelaten), — om tegenstrijdige uitspraken te ontgaan, dienen te worden bepaald, dat bij betwisting in het faillissement eener schuldvordering, waarvoor de administratieve rechter competent is, de zaak naar dezen moet worden verwezen.

Sluiten