Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lacoste wordt ingenomen door Hoffman (geciteerd p. 249 hiervóór) I nos. 138—176, p. 206- 288. — In het algemeen aan het strafvonnis ruim gezag in het civiele geding toekennend (zie 1.1. nos. 154-157 bis, p. 238-249, jo. no. 149, p. 231—233; vgl. ook het daar aangehaalde arrest van het Fransche Hof van Cassatie van 1855), — meent Hoffman dat dit gezag niet aanwezig is, voorzoover de strafrechter incompetent zou zijn voor het geschilpunt op zichzelf, d. w. z. bij civiele (of publiekrechtelijke) rechtsverhoudingen, zie 1.1. no. 149, p. 231. — Dit, in navolging van Zachakiae, geciteerd door Hoffman no. 148, p. 226—230; zie ook 1.1. no. 152, p. 236—237, en II no. 515, p. 527 -539. — Vgl. hierbij de leer van Bernatzik, aangegeven op p. 173—174 hiervóór, dat n.1. een vonnis geen gezag van gewijsde zou hebben wat betreft die geschilpunten, welke als onderwerp van een afzonderlijk geding niet ter competentie zouden staan van den rechter, die het vonnis wees, — een omstandigheid, die ten aanzien der elementen van een delikt, als zelf geen strafbaar feit, zich voor den strafrechter steeds voordoet. — Deze leer van Bernatzik komt overeen met die van Zachariae en Hoffman voor het hier behandelde geval; vgl. hiervóór p. 177 sub j, en p. 174—176 de bestrijding van Bernatzik's stelling. Zie ook het hierboven gezegde tegen Garsonnet en Lacoste no. 1195.

59. ee. Is het echter wel juist te zeggen dat het strafvonnis een bindende vaststelling over feiten bevat ?

Die opvatting ligt niet enkel ten grondslag aan de Fransche leer in deze, maar ook aan § 263 lid 1 der Duitsche Strafproz.Ordnung a), en is eveneens gehuldigd door Ung-er, Syst. des

!) In Duitschland bindt het strafvonnis intusschen den civielen rechter niet, doch kan deze, als hij meent dat er een delikt is gepleegd, welks onderzoek door den strafrechter van invloed is op de civiele beslissing, het geding schorsen tot na uitwijzing der strafzaak ; zie § 149 (= 140 oud) C. P. O., vgl. ook § 150 C. P. O. Zie verder § 286 (— 259 oud) G. P. O. j°. § 14 no. 1. Einführ-Ges. C. P. O., en Gaupp-Stein (geciteerd p. 299 hiervóór) I p. 383— 384. — Vgl. ook M. Sch&ffer in Archiv für die civ. Praxis 37 (1854,1 p. 1—35,

Sluiten