Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wezen der uitspraak van den strafrechter. Doel toch van het strafproces is niet een bindende beslissing uit te lokken noch over het materieele feit op zich zelf, noch over beklaagdes schuld daaraan. Trouwens in letterlijken zin is zulk een beslissing onmogelijk: iets is een feit of is het niet, maar kan dit niet worden door de beslissing van wien ook. Bindende beslissing over feiten kan slechts beteekenen dat partijen (of wie dan ook) zich hebben te gedragen als waren die feiten zóó als beslist werd. Maar zulk een bindende vaststelling beoogt het strafvonnis niet. Zijn eenig doel is te beslissen of beklaagde moet gestraft, en zoo ja, hoe zwaar, ter zake van hetgeen hem wordt ten laste gelegd. Vgl. in dien zin Laband (geciteerd p. 276 hiervóór) III p. 355, in den tekst en nt. 1 i. f. x). De overige in art. 211 Sv. genoemde punten worden slechts onderzocht ten behoeve van de zooeven aangeduide beslissing, al gebruikt art. 221 Sv. dien laatsten term óók voor de overwegingen daaromtrent; vgl. hiervóór p. 164 nt. 1.

En ook de bedoelde beslissing stelt niet met gezag van gewijsde vast, of er moet worden gestraft ter zake van het ten laste gelegde. Immers het veroordeelend strafvonnis is naar zijn wezen en bedoeling niet deklaratief 2), maar louter constitutief 3). Er wordt niet beslist over het al dan niet te voren

1) Vgl. Kappeijne in Hand. Tweede Kamer 1872— 1873 p. 1217 kol. 2: in strafzaken is het voorwerp de vervolging tot straf.

2) Het schijnt dat Laband 1.1. p 356—357 van een andere meening uitgaat, waar hij burgerlijk en strafvonnis hier op één lijn stelt. Zijn uiteenzetting t. a. p. maakt echter wel eenigszins den indruk van een constructie, uitgevonden om die twee soorten van vonnissen te kunnen samenvatten.

3) Voor de terminologie: «constitutief» en «deklaratief» vgl. de verwijzing in nt. 2 op p. 278 hiervóór, die echter enkel betrekking heeft op naar hun bedoeling deklaratieve vonnissen.

Aan naar hun aard constitutieve vonnissen in burgerlijke en administratieve zaken kan ten grondslag liggen een te voren bestaande materieele rechtsverhouding, en hierdoor kunnen die vonnissen gezag van gewijsde hebben.

Overigens is het duidelijk dat het strafvonnis als constitutief, ook als zoodanig moet geëerbiedigd. Vgl. b.v. Rb. Nijmegen 20 of 22 Jan. 1854 W. 1515,

Sluiten