Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

art. 52 er buiten, de zooeven gestelde vraag moet eveneens ontkennend beantwoord, als men met E. Fokker, Ongevallenwet 1901 II, 1 (1903) p. 40—41, meent dat er is een publiekrechtelijke band tusschen het bestuur der Rijksverzekeringsbank en de tegenpartij. Fokker's zienswijs sluit zich aan bij die, voor publiekrechtelijke geschillen in het algemeen verkondigd o. a. door Vos,, hierboven p. 319 geciteerd, en staat tegenover die der Regeering bij de behandeling der Beroepswet; vgl. het bovenbedoelde Reg.-antwoord 1.1. § 6 p. 37 kol. 1 v. b., in verband met het Verslag 1.1. p. 36 kol. 2 v. o. >). Ook dan intusschen als men mocht oordeelen dat in het ongevallengeschil materieel de Staat partij is 2), blijft nog de vraag of in het strafproces het O. M. moet gezegd den Staat als materieele partij te vertegenwoordigen. — Slechts ingeval men of al de bovengestelde vragen in dien zin beantwoordt dat in beide gedingen de Staat de ware partij is, — of wel meent dat van de organen eenerzelfde gemeenschap, voorzoover niet voor zelfstandige eigen belangen opkomend, (en daaronder dan ook het O. M.), het ééne aan het vonnis dat het andere treft, gebonden is in den zin hierboven p. 320 v. o. jis, p. 279—280 hiervóór aangegeven, — kan er sprake zijn van gebondenheid van O. M. en strafrechter aan de uitspraak van den ongevallen-rechter. — Dan is, als door den laatste met gezag van gewijsde was beslist b.v. hetzij over den verzekeringsplicht, hetzij over de indeeling in een gevarenklasse,

!) Echter blijkt t. a. p. niet of de Regeering bedoelde dat er hier in het geheel geen rechtsband aanwezig is, dan wel dat hij bestaan zou tusschen den belanghebbende en den Staat, in plaats van tusschen hem en het bestuur der Bank; vgl. de ook door Fokker 1.1. aangehaalde dissertatie van J. A. Loeff, toen Min. v. Just., diens door Fokker geciteerde rede, en eveneens het door dezen Min. gezegde in § 21 no. 1 der Mem. v. Toel. op het Ontw. 1905 Wetb. v. Adm. Rv. — Van de twee zooeven als mogelijk onderstelde opinies schijnt de eerste die der Regeering te zijn geweest.

2) Ook als deze zelf de tegenpartij is der R. V.-Bank?? — Vgl. b.v. de procedure voor G. Raad 25 Febr. 1908, Weekbl. R.spr. Soc. Verz. 1908 no. 9 sub 6°. j°. 5°., C. Org. 5 p. 345.

Sluiten