Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Glaser, het civiele vonnis tegen den beklaagde worden ingeroepen, als het dezen bekend was; in het tweede geval kan volgens G. de strafrechter het vonnis, zoo hij het onjuist acht, behandelen als constitutief in plaats van deklaratief. Dit laatste is m. i. juist (ten opzichte van het eerste vgl. p. 283 v. o. hiervóór, alsmede het hieronder opgemerkte over beklaagdes opzet),

doch het kan enkel van belang zijn, als het civiele vonnis vaststelt hoe de rechtsverhouding, waarop het in het strafgeding aankomt, was op een tijdstip vóór het plegen der ten laste gelegde daad. .En dan komt het door Glaser gezegde metterdaad neer op ontkenning van bindend gezag van het civiele vonnis in de strafzaak. Want dat de strafrechter de bij het burgerlijk vonnis vastgestelde rechtsverhouding als tusschen de toenmalige procespartijen sedert het vonnis bestaande heeft aan te merken, is geen gevolg van daaraan toekomend bindend gezag, — maar hiervan dat niemand, en dus ook de strafrechter niet, het feit kan ontkennen dat sedert het vonnis de rechtsverhouding alléén naar dit vonnis vooi de partijen mag beoordeeld. Daaruit volgt vanzelf dat, als een dergenen, welke partij zijn bij die rechtsverhouding, na het vonnis in strijd daarmee handelt, de strafrechter niet kan ingaan op de bewering dat bedoelde rechtsverhouding, toen de daad werd begaan, anders zou zijn geWeest dan het te voren gewezen civiele vonnis beslist had. — Vgl. hierbij ook Pagenstecher in Zeitschr. für deutschen Zivilprozess 37 p. 31 nt. 95 *), en de hier volgende p. 332—333.

Glaser meent 1.1. p. 93-94 verder dat, al is de strafrechter niet gebonden .aan het civiele vonnis, hij het toch ten grondslag kan nemen voor zijn beslissing, als hij zulks geraden acht. Dit leidt hij af, behalve uit de bij ons ontbrekende § 399 no. 4 der Duitsche Strafproz.-Ordnung, ook uit § 261 lid 2 S. P. O., korres-

!) Van het daar gezegde heeft het eerste voorbeeld voor ons geen praktisch belang wegens onze artt. 290 en 291 Swb. - Met de door P. t. a. p. genoemde

Ü Hl f' oWb' Vgl' °nS art 249 n0" 1 Swb' - Met de d001' P' geciteerde § 169 D. Swb. vgl. ons art. 236 Swb.

Sluiten