Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pondeerend met ons art. 6 Sv. Tegen deze gevolgtrekking A. v. Kries, Lehrb. des deutschen Strafproz.rechts (1892) p. 564. — Vgl. ook aldaar p. 558—563 over de vraag, inhoever het civiele vonnis voor den strafrechter bindend gezag heeft. V. Kries noemt dit: konstitutive Bedeutung. Zoowel deze terminologie als de inhoud zijner uiteenzetting is m. i. niet vrij van bedenking en onduidelijk. — Wat de zooeven vermelde gevolgtrekking uit § 261 St. P. O. of ons art. 6 Sv. betreft, het schijnt mij niet geoorloofd uit dit artikel iets af te leiden voor het geval dat het niet toepasselijk is. Vgl. intusschen het slot van no. 59 hiervóór. Het daar gezegde geldt m. i. mutatis mutandis ook hier. — Vgl. mede het volgend no. 65.

Bi] het voorafgaande worde opgemerkt dat de relatieve natuur der beslissing in burgerlijke geschillen meebrengt dat, waar het vonnis een zakelijk recht (b.v. eigendom) vaststelt, inderdaad slechts wordt beslist dat eischer (A) tegenover gedaagde (B) geldt als rechthebbende, niet dat de zaak aan eischer toebehoort. Derden, inbegrepen het O. M., en dus ook de strafrechter, hebben enkel te erkennén B's verplichting krachtens het vonnis om A als eigenaar te behandelen, niet A's eigendomsrecht. Maar, nu B, al mocht hij tegenover derden nog als eigenaar kunnen optreden, dit tegenover A niet meer kan, volgt toch m. i. voor den strafrechter uit de zooeven bedoelde beslissing dat de zaak niet aan B, dus dat ze een ander toebehoort, wie dit dan ook zij. Nu mag de strafrechter wèl aannemen dat het civiele vonnis onjuist was, en dus ook dat B (thans beklaagde) eigenaar was vóórdat bedoeld vonnis werd gewezen, zij het op een tijdstip na dat, waarop dit vonnis betrekking heeft !), maar m. i. niet dat B óók nog eigenaar was na het wijzen van het vonnis, daar ook de strafrechter niet kan wegcijferen dat ingevolge het civiele vonnis A als eigenaar door B moet erkend. Hij kan wel, bij het ontbreken van tegengestelde gegevens, uit

1) Ilad het civiele vonnis bindend gezag voor den strafrechter, dan zou deze ook niet mogen aannemen dat B eigenaar was op het in den tekst aangegeven tijdstip.

Sluiten