Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vonnis ten nadeele van beklaagde, hem toch mag vrijspreken, als de strafrechtelijk vereischte schuld niet bewezen is. Daar intusschen het civiele vonnis over laatstbedoeld punt geen bindende beslissing kan bevatten, is er dan vanzelf geen sprake van afwijking er van. De vraag kan enkel zijn of zulke afwijking geoorloofd is ten opzichte van hetgeen het burgerlijk vonnis wèl bindend besliste, b.v. dat beklaagde tegenover zijn wederpartij in het civiele proces al dan niet als eigenaar geldt. Meent men met Hoffman dat dit (na schorsing) ongeoorloofd is, als het burgerlijk vonnis ten voordeele van beklaagde is gewezen, dan blijft het de vraag, of in het andere geval art. 391 lid 1 Sv. er toe moet leiden den strafrechter niet gebonden te achten ; vgl. het omtrent genoemde bepaling hiervóór in no. 62 sub aa gezegde.

In den zin van Hoffman op dit punt, bij ons D. Simons, Handl. Sv. 3e ed. (1901) p. 66, waar indirekt tevens beantwoord wordt de vraag, gesteld door A. A. de Pinto, Herz. Wetb. v. Sv. I p 483. — Gebondenheid van den strafrechter aan het civiele vonnis na schorsing nemen ook aan Bergsma in T. v. S. 3 p. 240—242; H. v. d. Hoeven in Themis 1883 p. 128—129, en F. Buys (geciteerd hiervóór p. 250 in de noot), p. 19. Deze laatste voert als motief aan dat door het civiele vonnis na de schorsing zekerheid is verkregen omtrent het punt in twijfel „op de eenige wijze waarop het uit den aard der zaak kon geschieden", welk motief intusschen m. i. ten onrechte postuleert dat de strafrechter het geschilpunt niet voor zichzelf zou kunnen uitmaken; vgl. hiervóór p. 275 v. b. ja. p. 250.

Anders dan de zooeven genoemden, de in het vorig no. 64 aangehaalde Nederlandsche schrijvers, die voor het geval van schorsing geen uitzondering aannemen. — De Pinto, Herz. Wetb. v. Sv. I p. 483—484, meent dat wat het in 't vorig no. 64 genoemde arrest van den H. R. van 1877 aannam voor het geval van een question préjudicielle a 1'action, a fortiori moet gelden bij een question préjudicielle au jugement. Dit argument heeft m. i. weinig waarde voor hem, die oordeelt dat art. 6 Sv. gebondenheid na schorsing insluit. Maar, nu de wet die gebondenheid

Sluiten