Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet voorschrijft, en art. 6 Sv. volstrekt niet zonder beteekenis is als men haar niet aanneemt, schijnt er geen goede reden aanwezig om ze toch bij uitzondering hier geldig te achten J). — De Pinto, geciteerd p. 329—330 hiervóór, meent dat de bestaansreden van art. 6 Sv. is gelegen in art. 1955 B. W. M. i. mag het op zijn minst betwijfeld, dat art. 6 enkel zou zijn geschreven ter wille van het burgerlijk, en niet mede, of veeleer in de eerste plaats, ter wille van het strafproces; vgl. mede Bergsma (hierboven geciteerd) p. 241. Ook afgezien van art. 1955 B. W. behoudt art. 6 Sv. gezonden zin, al neemt men geen gebondenheid van den strafrechter in deze aan, zoo men met Glaser (in het vorig no. 64 geciteerd) uit het artikel afleidt — doch dan alléén voor het in dit no. 65 behandelde geval — dat de strafrechter het civiele vonnis als uitgangspunt mag (niet: moet) nemen 2).

Dit laatste is ook geoorloofd geacht door H. R. 16 Okt. 1905 W. 8286 p. 2 kol. 2—3, R.spr. 201 §14, P. v. J. 560, de cassatie verwerpend tegen een strafvonnis, waarbij een na schorsing der strafzaak gewezen burgerlijk verstekvonnis als bewijsmiddel voor het recht van een der in de burgerlijke zaak gedingvoerenden was aangenomen tegenover den beklaagde, die — zelf geen partij in het burgerlijk proces — aan een der daarin procedeerenden zijn recht ontleende. Op laatstbedoelde omstandigheid wees het O. M. in zijn conclusie vóór het geciteerde arrest, doch schijnt zich daarbij niet te hebben afgevraagd, of bet feit dat de rechtsontleening plaats had vóór het begin van het civiele proces, geen, beletsel was om het daarin gewezen vonnis tegen dezen beklaagde

!) De met ons art. 6 Sv. korrespondeerende § 261 lid 2 der Duitsche St. P. O. is fakultatief, ons art. 6 imperatief geredigeerd, — waaruit misschien zou kunnen afgeleid dat hetgeen in deze voor de Duitschers geldt, bij ons geen maatstaf behoeft te zijn.

2) Zie ook het hiervóór p. 331—332 gezegde naar aanleiding van Glaser's redeneering uit § 261 St. P. O., en de verwijzing naar het slot van no. 59 hiervóór, 't Is niet hetzelfde of de latere rechter het in de vroegere procedure geleverde bewijsmateriaal als aanwijzing gebruikt, of dat hij de beslissing zelf van den eersten rechter tot uitgangspunt neemt.

Sluiten