Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reglement, opgesloten in de machtiging tot dit optreden door het provinciaal kerkbestuur. — Zoo Rb. Assen 29 Jan. 1866 W. 2877, R. B. 1867 p. 336. — Implicite in anderen geest Rb. Tiel 17 Juni 1870, reeds vermeld in no. 69 hiervóór. — Vgl. ook in den zin van Rb. Assen het t. a. p. mede genoemde arrest H. R. van 15 Juni 1849, in een geval echter dat de erkenning schijnt te zijn geschied bij wijze van rechterlijke uitspraak.

bb. Heeft een provinciaal kerkelijk bestuur, hiertoe bevoegd naar het kerkelijk reglement, een voltrokken scheiding tusschen kerkvoogdij en armvoogdij, waarvan de bevordering aan het provinciaal kerkelijk college van toezicht was opgedragen, als wettig erkend, — dan kan men hiervan niet in beroep komen bij den rechter, door voor dezen de wettigheid der vergadering, die de scheiding uitsprak, en haar bevoegdheid daartoe, te betwisten, — Zoo Rb. Leeuw. 29 Sept. 1881 W. 4722, G. st. 1589, W. B. A. 1707.

cc. Daargelaten of er andere motieven kunnen worden aangevoerd om rechterlijk onderzoek naar de betwiste wettigheid eener handeling achterwege te laten (zoo speciaal dat de onwettigheid niet zou meebrengen het niet intreden van het rechtsgevolg, waarop het in het gegeven geval aankomt), — schijnt de enkele erkenning der handeling door eenig korporatief orgaan haar slechts dan wettigheid te verleenen, en op dien grond rechterlijk onderzoek onnoodig te maken, als de erkenning rechtens meebrengt dat die handeling als geldig moet worden aangemerkt (convalescentie).

D. Gebondenheid . van den rechter aan zuiver administratieve1) beslissingen op staatsrechtelijk gebied.

S3. a. De opmerking in het vorige no. 72 sub cc geldt ook voor de in de hier volgende nos. 74—79 opgenomen beslissingen, meerendeels betreffende goedkeuring eener administratieve handeling

!) D. w. z. daaronder niet begrepen beslissingen door de administratie als rechter gegeven.

Sluiten