Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bepalingen bevattend omtrent stilstand der jaarwedde van een onderwijzer in geval van verlof' wegens ongesteldheid, in strijd is met art. 26 aanhef der wet op het Lager Onderwijs, — staat ter beantwoording van het administratief gezag, niet van den rechter. — De Rechtbank overwoog echter dat een Raadsbesluit zonder verordening streed met art. 26 voormeld. Dus moet, zal het vonnis niet met zichzelf in tegenspraak zijn, met het eerstgenoemde Raadsbesluit m. i. een verordening (niet in den zin van art. 150 Gem.wet) zijn bedoeld. Naar het schijnt had de Rechtbank op het oog de laatste twee leden van art. 26 (nu nos. 9 en 10), voorschrijvend goedkeuring der verordening met beroep op de Kroon, waardoor de Rechtbank dan 's rechters toetsingsbevoegdheid voor de verordening uitgesloten achtte. Overigens had de hier bedoelde overweging m. i. achterwege kunnen blijven, nu er toch geen verordening bestond.

Bij dit no. 78 vgl. ook het volgend no. 79.

9». g. Evenals bij het in 't vorig no. 78 vermelde vonnis goedkeuring eener verordening door hooger gezag werd geacht het toetsingsrecht uit te sluiten voor den rechter, zoodat deze door die goedkeuring gebonden is, ligt hetzelfde denkbeeld althans mede — ten grondslag aan de arresten H. R. van 18 Nov.

1862 W. 2433, R.spr. 72 § 26, v. d. Hon. G. Z. 19 p. 364, R. B.

1863 p. 441, G. st. 588, W. B. A. 706, en van 21 April 1863 W. 2478, R.spr. 73 § 65, v. d. Hon. G. Z. 20 p. 112, G. st. 608, W. B. A. 728, waarbij o. a. wegens de koninklijke goedkeuring de betrokken verordeningen als verbindend werden aangemerkt, en toetsing er van aan art. 139 oud Prov. wet (zie nu art. 126 octies) in strijd geacht met art. 11 wet A. B. — In gelijken geest Hof Geld. 27 Maart 1866 W. 2781, R. B. 1866 p. 355, G. st. 758, W. B. A. 876. — De hier bedoelde overweging is echter in strijd met de overige jurisprudentie van den H. R. omtrent 's rechters toetsingsbevoegdheid, waartegen koninklijke goedkeuring - eener verordening geen hinderpaal wordt geacht; vgl. Léon—Wormser no. 1 op art. 166 Prov. wet en Léon—Vosno. 1 op art. 236 Gem.wet. — Wat art. 139 oud Prov. wet aangaat,

Sluiten