Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorkomen dat deze zeker besluit of verordening wettig verklaren, of bindend beslissen dat een bepaald aangeduide onwettigheid niet aanwezig is. En alleen dan zou de rechter gebonden kunnen geacht aan deze uitspraak wegens haar voor allen geldend gezag (vgl. hiervóór nos. 45 - 47), hoewel nog op grond van art. 391 Sv. zou kunnen worden betwijfeld, of de strafrechter ook ten nadeele van beklaagde hier gebonden zou zijn; vgl. no. 62 sub aa hiervóór. — Overigens hangt het af van het onderwerp der administratiefrechterlijke uitspraak, of de beslissing over de wettigheid van besluit of verordening deel is van dit onderwerp, dan wel zuiver praejudicieel, en dus in dit laatste geval niet bindend.

Is de koninklijke vernietiging geen rechtspraak (zie v. d. Meulen, enz. in de vorige noot geciteerd), dan volgt niet alleen óók daaruit de onjuistheid der stelling, in 1881 door den Min. v. Binn. Z. verkondigd, dat dit recht wegens art. (thans) 153 der Grondwet niet zou mogen worden uitgeoefend, waar een verordening met het B. W. strijdt — waartegen zie G. st. 1627; vgl. overigens ook no. 5 hiervóór —, maar tevens dat de vernietiging geen den rechter bindende beslissing bevat voor den grond waarop zij rust. — Hiermee is dan ontzenuwd de bedenking door de Red. in W. 1367 aangevoerd tegen Ktg. Harlingen 14 Juli 1852 W. 1.1., ontleend hieraan dat de Kantonrechter zich niet gedroeg naar de overwegingen van een Kon. Besl., vernietigend een besluit van Ged. Staten wegens hun incompetentie in casu tot admininistratieve rechtspraak.

De Jonge, Admin. en Just. p. 70—71 erkent dat de rechter mag onderzoeken of de Regeering, die wegens strijd met de

124, waar schijnt te worden uitgegaan van de — onjuiste — meening, die elk ambtelijk oordeel over een rechtskwestie voor rechtspraak aanziet. — De m. i. geheel onhoudbare leer dat er hier een daad van wetgeving zou zijn, is ook nog verkondigd door J. Fresemann Viëtor in Bijdr. St.-best. 12 p. 16 nt. 2, en p. 18. Vgl. ook v. d. Meülen 1.1. p. 278-284, en de daar geciteerden, o. a. Buys, De Grw. II p. 88 -96, ten betooge dat zelfs de goedkeuring eener verordening door de Kroon geen daad van wetgeving is.

Sluiten