Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gemeenterekening en de daarbij gevoegde rekening van den ontvanger, de burgerlijke rechter zich heeft neer te leggen, daalde ontvangsten en uitgaven op des ontvangers rekening zijn de bestanddeelen van diens beheer, en het door Ged. Staten ingevolge art. 222 goedkeuren van elk zoodanig bestanddeel hem ontlast, — waaruit volgt dat de administratieve beslissing, die éénmaal 'sjaars vaststelt tot hoever de rekenplichtige ambtenaar wordt ontlast of niet (d. w. z. jegens de gemeente aansprakelijk blijft) moet worden geëerbiedigd door den burgerlijken rechter.

Een beslissing van Ged. St. als hier bedoeld, was in dit proces niet overgelegd. *)

83. k. Rb. Amst. 13 Sept. 1895 W. 6785 besliste dat de rechterlijke macht heeft te eerbiedigen een in de wettelijke vormen gedanen aanslag in de plaatselijke direkte belastingen, en dus als vaststaande moet aannemen de belastingschuld, zoo tegen den aanslag geen bezwaren zijn ingebracht bij het administratief gezag. — Dit vonnis berust op art. 260 Gem.wetjo. art. 15 wet 1845 Stbl. 22, en op het ongebruikt laten van den wettelijken termijn tot reklame; zie hiervóór p. 233 ja. p. 183; vgl. ook p. 231.

1) Het arrest van het Hof is reeds vermeld hiervóór ia nt. 1 op p. 236, tijdens het drukken waarvan W. 8493 verscheen, alwaar de partijen onjuist waren opgegeven. De dientengevolge t. a. p. door mij ingevoegde woorden „tegen een ander dan den gemeente-ontvanger" moeten vervallen. En daar het, blijkens het arrest van den H. R., hier gold een eisch tot batige rangschikking der gemeente als schuldeischeres, terwijl de beweerde oorzaak diet- schuld was een kastekort bij den ontvanger, — behoorde dit laatste tot het onderwerp der vordering, zoodat daaromtrent door den burgerlijken rechter met gezag van gewijsde en niet louter praejudicieel zou zijn beslist. Hierdoor vervalt dan ook de in de noot op p. 236 aangeduide reden tot twijfel aan de juistheid dor beslissing van het Hof; vgl. (hoewel Ged. St. in deze geen rechtspraak uitoefenen) hiervóór no. 4 sub f. Maar het blijft nog de vraag of de motiveering der arresten van Hof en H. R. ook in een andere soort van vordering zou opgaan. Buitendien moet worden betwijfeld of de vaststelling der gemeente-ontvangsten en uitgaven door Ged. Staten krachtens art. 222 Gem.-wet kan insluiten die van een kas-tekort bij den ontvanger; zie hieromtrent de kritiek der geciteerde arresten door S. J. R. de Monchy in W. B. A. 3033.

Sluiten