Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beslissing berust, beoogt dat die beslissing wèl zulk een bindende vaststelling inhoudt x). Zóó in het geval van no. 82 hiervóór; zie art. 222 Gem.-wet. — In dat van no. 81 goid het bij de arresten van het Arnhemsche Hof een administratieve beslissing over hetgeen rechtens is, opgesloten in die over hetgeen zijn zal. Hierbij kan echter m. i. moeilijk worden aangenomen bevoegdheid tot het geven eener bindende beslissing over de wettigheid der genomen besluiten, wat dan ook tegen de motiveering der t. a. p. genoemde arresten schijnt te pleiten. — Voor het daar mede vermelde vonnis van Rb. 's Hertog, zie nader sub Alg. Begins. XVII.

Met het oog op het hierboven aangevoerde moet m. i. worden ingestemd met het hiervóór in nos. 71, 84, 85 en 86 vermelde. — Insgelijks met de conclusie O. M. vóór H. R. (K. v. Sz.) 17 Juni 1907 W. 8568, R.spr. 206 § 37, P. v. J. 677, inzoover deze stelt dat de opvatting van zeker wettelijk voorschrift door het uitvoerend gezag niet bindend kan zijn voor den rechter, die daaromtrent zelfstandig moet beslissen. Vgl. ook no. 48 hiervóór.

Vgl. verder het in no. 72 jo. no. 73 hiervóór opgemerkte over het al dan niet bindende eener erkenning door hooger gezag voor de vraag naar hetgeen rechtens is. Op grond van het daar gezegde schijnt de juistheid der in nos. 72, 74, 77, 78 en 79 qpgenomen jurisprudentie, voorzoover den rechter gebonden achtend aan de daar bedoelde erkenning, te moeten worden betwijfeld. — Voor no. 75 zie het aldaar aangeteekende.

Van administratieve beslissingen betreffende hetgeen rechtens is, moeten worden onderscheiden die over hetgeen rechtens zijn zal. Daarop hebben betrekking nos. 76 en 83 hiervóór, gelijk ook no. 70 voor kerkelijke zaken.

Constitutieve beslissingen te geven is de taak der administratie, -

i) Het tegendeel hiervan doet zich voor, waar uit speciale wetsbepaling blijkt dat beoogd is zelfstandig onderzoek door den rechter, onafhankelijk van de voorafgaande administratieve beslissing. Zie in dien zin voor art. 36 der Kieswet (tekst bekend gemaakt bij K. B. 13 Febr. 1901 Stbl. 06): II. II. 28 Juni 1907 W. 8577, R.spr. 206 § 53, P. v. J. 680 p. 2. W. B. A. 3042.

Sluiten