Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

G. Z. 16 p. 235 '), — hiermee motiveerend dat de regeling dooide administratieve macht van den onderhoudsplicht, èn cle beslissing door diezelfde macht van geschillen hierover door Prov. Staten zijn vastgesteld krachtens hun staatsrechtelijke bevoegdheid. In gelijken geest H. R. 28 Dec. 1870. Ygl. hierbij, als tegenstelling, de motiveering van het hiervóór in no. 39 geciteerde arrest van 7 Okt. 1857, dat echter de openbaarheid betrof, zie t. a. p.

Over het argument, ontleend aan de zorg, waarmee de liggers worden opgemaakt vgl. Yitringa, hierboven aangehaald, p. 554-556.

Het komt mij voor dat men ten opzichte van het bindend gezag naar geldend recht der liggers in zake onderhoudsplicht, kan spreken van een muurvaste jurisprudentie, die toch op zwakke grondslagen rust; vgl. daaromtrent nader nos. 94 — 97 hierna, speciaal no. 97 sub a.

Intusschen schijnt de iure constituendo ter wille der rechtszekerheid 2) dit bindend gezag gewenscbt, voorzoover men het althans noodig acht den publiekrechtelijken onderhoudsplicht van partikulieren te handhaven. Maar zou het dan niet aanbeveling verdienen dat, bij invoering der nieuwe wetgeving op de administratieve rechtspraak, de wet voorschrijft wie de liggers van onderhoudsplichtigen heeft op te maken, en onder welke vormen, met bepaling dat tegen den ligger binnen zekeren termijn beklag openstaat bij den administratieven rechter, — terwijl na diens bevestigende uitspraak, respektievelijk na het ongebruikt laten verstrijken van bedoelden termijn, de ligger bindend zal zijn? Dit voorzoover hij onderhoudsplicht moet constateeren. —- Ten aanzien van het opleggen van dezen last zal inmenging van den rechter wel niet

!) Vgl. over liet andere arrest van denzelfden datum: De Onderhoudspligtigheid (een anonyme brochure, afkomstig van Mr. Backer) p. 30—32 en p. 42 — 44.

2) Vgl. Germershausen Cgeciteerd hierna in no. 99 i. f.) § 12 no. 4, p. 241—245, over de rechtsonzekerheid ten opzichte van den onderhoudsplicht bestaande in Pruisen, waar de meeste provincies geen in deze materie bindende liggers kennen (zie de in no. 99 aangehaalde blzz. bij G.).

Léon: Rechtspraak, 3e Druk, Deel II, afl. 1 . 23*

(Mr. L. van Praag, Hecht. Org.)

ERRATUM. — Nt. 2 regel 4 v. o. staat 99 i. f., lees: 100 sub </.

» » » 1 » » » 99 , » : '100.

Sluiten