Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid het opleggen niet onverbindend maakt. — Alleen in die twee gevallen gaat niet op de meening, verkondigd bij Léon— Wormser no. 1 op art. 166 Prov.wet, als zou het eerbiedigen van den ligger, dus van een besluit van Ged. Staten, een restriktie zijn van het rechterlijk toetsingrecht. De wettigheid van zulk een besluit toch moet dan eerst vaststaan, of om bizondere redenen irrelevant zijn voor den rechter, zal deze den ligger hebben te eerbiedigen; vgl. H. R. 23 Maart 1874, hiervóór vermeld in nos. 88 en 90, van oordeel dat geldigheid en bewijskracht van den ligger moeten getoetst aan het prov. reglement; vgl. ook het in no. 88 sub b en c hiervóór geciteerde arr. H. R. van 19 Febr. 1906, dat spreekt van wettig opgelegden onderhoudsplicht, en van een reglementsbepaling gelijk hier bedoeld, als richtsnoer voor Ged. Staten; zie intusschen daaromtrent nader Alg. Begins. XVI no. 26. — Dat de strekking eener bepaling is als zooeven aangegeven, schijnt niet a priori te mogen worden aangenomen.

De rechter zal in elk geval de vraag hebben te onderzoeken, of de onderhoudsplicht wettig is opgelegd, b.v. met inachtneming van art. 231 Gem.wet; vgl. Roëll (geciteerd hiervóór in no. 88 sub a) p. 203 en p. 223.

f. Zou niet in het algemeen, èn ten opzichte van den onderhoudsplicht, èn ten aanzien der openbaarheid, dit kunnen gezegd, — dat de strekking der liggers oorspronkelijk slechts was een bloot administratief constateeren, later opgevat als bindend constateeren; terwijl, toen dit laatste bleek niet steeds te worden aangenomen, in de reglementen bepalingen werden ingelascht als hierboven sub d aangeduid? En mocht deze onderstelling juist zijn, werd dan door die bepalingen de strekking der liggers niet, zij het misschien onbewust, het opleggen van verplichtingen? — Wat de staatsrechtelijke bevoegdheid tot dit opleggen betreft, voor de openbaarheid wordt zij door de jurisprudentie niet aangenomen, dit op den grond, hierna in no. 100 vermeld. — Voor den onderhoudsplicht zie hiervóór no. 92, het volgend no. 96 sub d, en hierna no. 97.

Sluiten