Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geciteerd; waarbij vgl. 1.1. p. 258—259 en 262, alsmede het hieronder sub cl geciteerde arr. H. R. van 18 Maart 1881. — Op één punt heeft Schepel's m. i. overtuigend betoog het door Vlielander Hein gezegde niet wederlegd, n.1. voorzoover deze laatste er tegen opkwam dat hier wordt gesproken van bewijs van rechtsbetrekkingen. — Overigens heeft Schepel 1.1. (p. 249—267) enkel art. 15 der wet van 1902 op het oog, maar zijn redeneering op p. 255—256 is m. i. van ruimer strekking.

d. Genoemd art. 15 wet 1902 Stbl. 54, vervangend art. 17 der wet van 1841, betreft mede de bewijskracht van liggers bij verzet tegen een dwangbevel, ingevolge de bedoelde wet uitgevaardigd; vgl. art. 8 b jo. art. 1 no. 2 wet 1902. Waar deze bepalingen toepasselijk zijn, beoogt art. 15 tegenbewijs toe te laten tegen het bewijs, krachtens hetzelfde artikel door den ligger geleverd. Gelijk hierboven sub a is opgemerkt, kan echter van tegenbewijs geen kwestie zijn, als de ligger onderhoudsplicht oplegt. Hieruit volgt m. i. dat de wet van 1902, en eveneens die van 1841, ten opzichte van het onderhoud van werken, waarop die wet toepasselijk is (was), van een andere opvatting deistrekking van de liggers uitgingen dan voor wegen het (hiervóór in no. 88) geciteerde arr. H. R. van 19 Febr. 1906, — dat overigens, gelijk in dit no. 96 sub a is aangeduid, op twee gedachten schijnt te hinken. Ygl. ook het in 't volgend no. 97 sub b genoemde arr. H. R. van 1865, alsmede H. R. 18 Maart 1881 W. 4626, R.spr. 127 § 26, v. d. Hon. B. R. 46 p. 147, R. B. 1881 D p. 93, W. B. A. 1669, vermeld bij Léon—v. Emden, Staatsrecht, 2. ed. VIII p. 223—224. — Wel is waar betrof het arrest van 1906 een prov. verordening, en achtte de jurisprudentie van den H. R. (dateerend van vóór de invoering der nieuwe waterstaatswetgeving) wèl deze, doch niet een waterschapsverordening, bevoegd tot het opleggen van onderhoudsplicht; vgl. het volgend no. 97 sub b en d. Maar art. 15 der wet van 1902 noemt naast de reglementen der instellingen ook prov. verordeningen. Voorzoover nu de laatste hier in aanmerking komen, schijnt de zienswijs van bedoeld arrest van 1906 slechts dan overeen te brengen met

Sluiten