Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v. d. Hon. B. R. 55 p. 189, P. v. J. 1889 no. 58, W.B.A. 2091, bij Léon Wormser no. 1 op art. 138 Prov.wet. Dit arrest gold niet ondeihoudsplicht, maar den last tot het ontvangen van specie krachtens provinciaal waterschapsreglement (vgl. nu artt. 9 en 12 der wet van 10 Nov. 1900 Stbl. 176). Toch is het hier van belang wegens het standpunt, dat de H. R. toen innam voor het opleggen van lasten bij prov. verordening. Ygl. ook het in den aanhef van no. 88 sub b hiervóór vermelde arr. H. R. van 29 April 1907, waai bij is aangenomen dat de last om in het algemeen belang het water van hooger gelegen erven te ontvangen en af te voeren op een waterweg, niet anders kan worden gevestigd dan bij bestemming door den eigenaar of rechthebbende op dien waterweg. — Vgl. hierbij verder Léon—Wormser 1.1. nos. 18—20; Léon—Levy, nos. 3 en 7 op art. 190 Grw., en Ktg. Gron. 9 Juni 1884, vermeld hiervóór in no. 93. — Zie nog omtrent dit onderwerp de op p. 363 hiervóór genoemde dissertatie van Schepel, p. 27-38, 206—215, 237—242, 281—283, 308, 316—319, en die van Milders (geciteerd p. 356 hiervóór) p. 4—8 en 51—60; L. de Hartog in Themis 1906 p. 501; S. M. S. deRanitz in Themis 1859 p. 540—557, en 1866 p. 58—64; ARNTZENiusin Bijdr. St.-Best. 19 p. 202—212; Schreuder (geciteerd p. 363 hiervóór) p. 367 en 369 v. o.; G. st. 717, 1156, 1157, 1206 en 1651, zie hierboven sub c i. f. — Vgl. ook W.B.A. 1279 en 1331, alsmede het antwoord van den Min. v. Binn. Z. (Tak van Poortvliet) in Hand. Tweede Kamer 1892-1893 p. 961.

e. In W.B.A. 2978 ontkent H. W. C. J. de Jong de wettigheid der bepaling in een gemeenteverordening, waarbij eerst den eigenaars onderhoudsplicht wordt opgelegd, en daarna gezegd dat als eigenaar wordt aangemerkt wie op den kadastralen ligger als zoodanig is vermeld. Dit op grond dat het B. W. bepaalt wie eigenaar is. Intusschen kan zulk een regeling m. i. ook dus worden opgevat dat ze, op eenigszins onbeholpen wijze, onderhoudsplicht oplegt, — niet aan de werkelijke eigenaars, maar hun, die als zoodanig vermeld staan op den kadastralen

ligger, zoodat de wettigheid der bepaling dan hiervan afhangt of de

Sluiten