Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onderdendam 31 Okt. 1861 1.1. p. 222; implicite ook H. R. 12 Febr. 1862, mede geciteerd hiervóór in no. 88 sub b.

Dat de ligger niet bindt ten opzichte van daarop al dan niet vermelde burgerlijke rechten — hier een pootrecht — besliste (contra O. M.) H. R. 8 Maart 1870 W. 3199, R.spr. 94 § 26, v. d. Hon. G. Z. 25 p. 144, G. st. 969. — In gelijken geest (voor de eigendomskwestie) Ktg. Naaldwijk 28 Nov. 1862 W. 2482. — Vgl. ook K. B. 29 Febr. 1896 R. v. St. 36 p. 202 ja. p. 30, W. B. A. 2471; K. B. 18 April 1870 R. v. St. 10 p. 106 ja. p. 51, en K. B. 23 Maart 1863 R. v. St, 1 p. 216 ja. p. 145.

b. De hierboven sub a eerstgenoemde arresten, aannemend dat de rechter niet is gebonden aan de vermelding van een weg, enz. op een ligger als openbaar, zijn op dit punt niet alle gemotiveerd. — Voor de overwegingen van H. R. 7 Febr. 1858 zie hiervóór in no. 88 sub c. Dit arrest nam nog aan dat de tegenspraak van de bestemming voor den openbaren dienst in een strafzaak, door den beklaagden grondeigenaar, betreft een geschilpunt van burgerlijk recht. In gelijken geest het arrest van 23 Dec. 1857. — Ygl. hierbij ook de motiveering van het in no. 39 hiervóór vermelde arr. H. R. van 7 Okt. 1857, hoewel niet op liggers betrekking hebbend, dat de strafrechter niet is gebonden aan een besluit van Ged. Staten, uitsprekende de openbaarheid van een vaart. — De zooeven geciteerde overweging van het arrest van 1858 dat het hier geldt een geschilpunt van burgerlijk recht, is ook te vinden in de boven sub a genoemde arresten van 1883 en 1887, — nader gemotiveerd hiermee dat de bestemming tot den gemeenen dienst voor allen, den grond onttrekt aan het uitsluitend bezit en aan de vrije uitoefening van het eigendomsrecht door den eigenaar, zoodat de beslissing bij den ligger hier geldt een geschil over eigendom of daaruit voortspruitende rechten. Hierbij sluit zich ook aan de motiveering der arresten van 1873 en 1893, dat tegenover hem, die beweert krachtens een zakelijk recht een weg te mogen afsluiten, de ligger de openbaarheid niet rechtens kan beslissen, omdat zulke beslissing naar art. 153 Grw. (art. 2 R. O.) uitsluitend toekomt

Sluiten