Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hof Leeuw. 1 Dec. 1886 W. 5455, de liggers onder de gewone bewijsmiddelen rekenend, en het vonnis a quo van Rb. Leeuw. 7 Jan. 1886 W. 5469.

lOO g. Zie over de kracht der liggers ten aanzien der openbaarheid: J. v. G. Vitringa in R. Mag. 25(1906) p. 543—570 (waarbij vgl. R. F. in W. 8448); zie ook denzelfde 1.1. 22 (1903) p. 180—185, en 1.1. 26 (1907) p. 13—14. Verder de dissertatie van Schepel (geciteerd p. 363 hiervóór) p. 1—3, 7—18, 42-43, 53, 55—58, 78—79, 277. Vgl. de aankondiging van dit werk in G. st. 2314, in R. Mag. 15 (1896) p. 600- 607 ja. p. 610 door

H. Reuyl, en in Themis 1896 p. 498—501 door L. de Hartog. — Ook de Jonge, Admin. en Just. p. 99—104; Hazelhoff, De Competentie der Justitie p. 45—47; J. Roëll, (geciteerd p. 356 hiervóór) p. 198—199; H. v. Loghem in Themis 1865 p. 5—19; denzelfde in Bijdr. St.-Best. 14 p. 122 v. o.; H. C. A. Thieme in Opmerk, en Mededeel. 14 p. 231—235. — Vgl. nog G. st. 729 p. 2 en 1204 p. 1 kol. 3; Schreuder (geciteerd p. 363 hiervóór) p. 372-385; H. G. Jordens in N. Bijdr. 1873 p. 131; W. B. A. 1774 p. 2 kol. 1 en nos. 1805—1808, alsmede de (op p. 356 hiervóór geciteerde) dissertatie van Milders p. 46—49, vgl. ook

I.1. p. 86—91. — Volgens A. H. Sassen in W. 4325 p. 4 zijn de liggers een administratief register van wat de administratie vermoedt openbaar te zijn.

Zie mede voor het Pruisische recht in deze A. Germershausen, Das Wegerecht und die Wegeverwaltung in Preussen, 3. ed. I (1907) § 1 no. 10, p. 32-34 jis p. 13—14 (§ 1 sub no. 2) en p. 420 (§ 31 no. 1 sub d). — Over het in Frankrijk geldend recht vgl. Vitringa in R. Mag. 25 p. 564—565.

1t, De in boven geciteerde litteratuur en jurisprudentie telkens wederkeerende vragen zijn voornamelijk deze: wat is liet karakter der liggers? Is hun strekking de openbaarheid te constateeren, en dan te bewijzen of enkel als administratieve maatregel, — of wel de openbaarheid op te leggen? En is dit laatste staatsrechtelijk geoorloofd? — Vgl. b.v. het in 't vorig no. 99 sub e vermelde arr. H. R. van 30 Juni 1882 (alsmede de beslis-

Sluiten