Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

harmonie tusschen die verschillende wilsuitingen worden gestreefd, maar dit brengt niet mee dat die harmonie reeds gegeven is door en met de juridieke persoonlijkheid ') van den Staat. Trouwens kan diens wil ook in het hier bestreden stelsel, strijden met dien eener eveneens juridieke persoonlijkheid bezittende gemeenschap (b.v. een gemeente), welke de Staat als onderdeel in zich bevat. — Bij het voorafgaande vgl. Affolter in Archiv für öffentliches Recht 20 p. 382—385, Hölder in Jalirb. für Dogmatik 53 p. 59 ja. p. 62, alsmede C. C. v. Bosse, Schadevergoeding voor onrechtmatige overheidsdaad, diss. Leiden 1907 p. 105 en 107—108.

3. a. Als een toepassing van het in de twee voorgaande nos. gezegde aangaande het overschrijden der competentie-grenzen, kan worden aangemerkt het arr. H. R. van 7 Jan. 1859 W. 2028, R.spr. 61 § 6, v. d. Hon. G. Z. 16 p. 9, R. B. 1859 p. 193,

G. st. 383 en 439, W. B. A. 504 (contra 0. M.), de cassatie verwerpend tegen Rb. Assen 7 Sept. 1857 W. 1889, R. B. 1857 p. 583, G. st. 313, W. B. A. 434, — beide als rechtens niet geschied behandelend de vernietiging door de Kroon eener beslissing van Ged. Staten, houdende rechtspraak, omdat zij (de

H. R. op grond zijner interpretatie van het woord „besluiten" in art. 133 Grw. 1848) aannamen dat het koninklijk vernietigingsrecht zich niet uitstrekt tot daden van rechtspraak vanwege Ged. Staten J).

b. Een andere toepassing van het in nos. 1—2 over competentie-overschrijding gezegde, gaf Rb. 's Grav. 9 Jan. 1906 W. 8327,

1) Hier is niet bedoeld de rechtspersoonlijkheid in den engeren technischen privaatrechtelijken zin.

2) Over deze laatste kwestie zie nader Büys, De Grw. II p. 107—115 en 121; Oppeniieim, Ned. Gem.recht I, 3e ed. p. 093; de Jonge, Admin. enJust. p. 70; Hand. Tweede Kamer 1850—1857 p. 111—120 jis. 1301-3; G. v. d. Meulen, Het koninklijk vernietigingsrecht, diss. Gron. 1898 p. 16—35, 47—54, en de daar alsmede bij Léon—v. Emden, Staatsrecht 2e ed. Ie Vervolg p. 185 geciteerden. Vgl. ook Léon—Vos no. 7 op art. 265 Gem.wet.

Bij dit no. 3 sub a zie nog Alg. Begins. XV no. 80.

Sluiten