Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en in appèl Hof'sGrav. 16 Déc. 1907 W. 8636, W. B. A. 3071. Het gold hier een eisch tot betaling van riddersoldij (Militaire Willemsorde), steunend op de bewering dat de Regeering, die de dekoratie aan eischer had ontnomen, de bevoegdheid miste hem als ridcler te ontslaan, nu art. 10 der wet van 30 April 1815 Stbl. 33* slechts in het daar omschreven geval verlies van het lidmaatschap, en dan van rechtswege, erkent. Op grond van dit artikel en der wet van 14 Nov. 1879 Stbl. 191 namen Rechtbank en Hof aan de onwettigheid van het K. B. van 9 Sept. 1818 (in geval van degradatie verlies der orde voorschrijvend), en mede van het op dit K. B. gebaseerde ontslag. Het Hof overwoog uitdrukkelijk dat door het onderzoek naar die wettigheid de rechter niet trad op het terrein van de administratieve macht, en niet besliste over een op dat terrein gerezen kwestie, — maar alleen oordeelde over de vraag of de regeeringsdaad, waarbij besloten werd de orde aan eischer te ontnemen, was een daad, vallende binnen het terrein der administratie, nu het immers hier de vraag was of de Regeering (de Gouv.-Gen.) die het besluit nam, daartoe competent was, waaronder ook viel de beoordeeling der wettigheid van het K. B. van 1818. Dit dus onderzoekend, matigde de rechter zich geen recht aan, dat aan -de administratie behoort.

4L. De grens tus,schen het onderzoek naar de competentie tot, en naar de materieele wettigheid van een bestuursdaad, kan soms twijfelachtig zijn1); vgl. b.v. Ktg. Zutphen 31 Dec. 1852 W. 1402. M. i. geldt hier iets dergelijks als het in de Voorrede tot dit werk p. XI gezegde over de rechterlijke compe-

i) Er zal dan ook wel eens verschil van meening bestaanbaar zijn omtrent de vraag, of een bepaalde beslissing in dit hoofdstuk te juister plaatse is opgenomen. En ook kunnen vergissingen hierbij licht ongemerkt zijn ingeslopen. — De competentie der administratie wordt op uiteenloopende wijze bepaald, en de grenzen tusschen incompetentie en materieele onwettigheid zijn dan ook op dit gebied moeielijker te trekken dan waar het de taak van den rechter betreft. Dit onderwerp zou een afzonderlijke behandeling vereischen, die buiten het kader van dit boek valt.

Sluiten