Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overweging van het p. 48 hiervóór geciteerde arr. H. R. van 21 Dec. 1900: het onderzoek naar de rechtmatigheid of doelmatigheid van hetgeen het eischend ivaterschap aan de gedaagde gemeente (in dit waterschap gelegen) had bevolen ter zake van een waterschapsbelang, waarvoor beide als. overheid te zorgen hadden, — zou den rechter brengen op een gebied, dat uitsluitend behoort bij het administratief gezag; terwijl hij, bedoeld bevel eerbiedigend, zijn fiat zou verleenen aan het administratief bevel, wat hem nergens is opgedragen. Dit arrest nam mede op dien grond, incompetentie aan der rechterlijke macht, in plaats van deze enkel te doen steunen op het gemis aan wettelijke opdracht van competentie voor de ingestelde vordering. Ware daarin de rechter wèl competent geweest, dan zou het onderzoek naaide rechtmatigheid van een administratief bevel, voorzoover noodig ter beslissing van het geding, den reehter niet hebben gebracht op verboden terrein; zie hierna nos. 37 sub d—ƒ jis. 38—41 en 14 sub e.

c. Een aan die van het hier sub b genoemde arr. H. R. van 1900 analoge redeneering volgde Rb. Utrecht 18 Maart 1896 W. 6807, voor welk vonnis vgl. Alg. Begins. XVII en IX no. 40.

d. Het boven sub b vermelde arr. H. R. van 1900 huldigde consequent dezelfde leer voor de accessoire vordering tot schadevergoeding ; vgl. Alg. Begins. XI no. 23. Anders het t. a. p. mede vermelde vonnis Rb. Maastricht van 11 Jan. 1856, voor de hoofdvordering overwegend dat de rechterlijke macht haar bemoeiingen niet mag uitstrekken over handelingen van administratieven aard, — en toch toewijzend den accessoiren eisch tot schadevergoeding wegens diezelfde administratieve handeling. Misschien bedoelde de Rechtbank met de zooeven geciteerde overweging enkel dat 's rechters bemoeiingen zich niet mogen uitstrekken tot een bevel aan de administratie, als toen door eischer was gevraagd; zie Alg. Begins. XIX en hierna no. 16 sub c en d. — Vgl. ook nos. 10 (2) sub b en 11 sub b i. f. hierna.

e. Bij het hierboven sub b genoemde arr. H. R. van 1900, vgl. ook Rb. 's Hertog. 14 Febr. 1873 W. 3606, G. st. 1141 (mede

Sluiten