Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermeld op p. 398), de rechterlijke competentie aannemend, waar het geschil niet loopt over de vraag of een gemeentebestuur al dan niet terecht een voetpad op den ligger der openbare wegen heeft gebracht, noch strekt om den rechter te doen verbeteren of bevestigen een handeling, opgedragen aan de administratieve macht. De bij dit vonnis implicite ontkennend beantwoorde vraag naar de bevoegdheid des rechters om te beoordeelen, of het admin. gezag terecht een weg op den ligger bracht, is — eveneens implicite — in anderen zin beslist door de jurisprudentie, vermeld hierna in no. 11 sub c. Vgl. ook hieronder sub l.

f. Ook de op p. 258 geciteerde overweging van het daar vermelde arr. H. R. van 10 Maart 1902, betreffende het voor den (strafrechter afgesloten gebied van een ander (het administratief) gezag, en 's rechters gehoudenheid tot eerbiediging der administratieve beslissing omtrent aanvragen van drankvergunning, — herinnert aan de leer der in dit no. 6 weergegeven jurisprudentie ; zie echter over dit arrest van 1902 ook p. 185 en 259, waarbij vgl. no. 27 hierna. — Uit gemeld arrest van 1902 en de andere, geciteerd sub Alg. Begins. XV nos. 36, 37 en 38, kan ook worden afgeleid dat volgens den H. R. de (straf)rechter bestuursdaden niet mag beoordeelen, waar bij wettelijk voorschrift een ander rechter is aangewezen om te beslissen over reklames tegen die daad ; zie hieromtrent Alg. Begins. XV no. 42, waarbij vgl. aldaar no. 51, alsmede nos. 3, 4 sub f, 5 en 21.

g. Aan de leer van het hierboven sub a vermelde arrest van 1865 herinnert insgelijks eenigszins de motiveering van het op p. 344—345 geciteerde arr. H. R. van 24 Dec. 1906. Maar, daargelaten dat de beslissing van dit arrest ook op andere gronden juist is te achten (vgl. t. a. p.), — is het, omdat de wettigheid der betrokken handelwijs van Ged. Staten toen niet kwestieus was, toch op zijn minst twijfelachtig of de H. R. in 1906 de leer van 1865 heeft willen volgen.

h. In gelijken geest als de sub a genoemde arresten besliste in een burgerlijke zaak Hof Curagao 23 Febr. 1872 W. 3493, v. d. Hon. B. R. 39 p. 380. Het gold toen de — op een voor

Sluiten