Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cura^ao bestaand verbod van wapenuitvoer steunende — afwijzing door den Gouverneur• van eischers verzoek om dezen toebehoorende wapenen, aangehouden door de politie, naar de bestemmingsplaats te mogen vervoeren; vgl. p. 50 sub a.

i. Mede in denzelfden geest als de voorgaande jurisprudentie besliste, in een burgerlijke zaak, Hof Friesland 27 Juni 1860 W. 2208 (jo. 2185), betreffende het bergen van slik op eischers erf bij slatting der stadsgracht; vgl. p. 50 sub c. — Zie ook het in een strafzaak gewezen arr. Hof Friesland van 9 Okt. 1848 W. 436, R.spr. 16 § 80 p. 395, gecasseerd door H. R. 9 Jan. 1844 W. 566, R.spr. 1.1. p. 399, v. d. Hon. Sr. 12 p. 124, - dit op grond dat, nu ten laste gelegd was het weigeren tot ontvangen van inkwartiering, de rechter ook moest onderzoeken of beklaagde volgens de wet hiertoe gehouden was, waartegen niet afdeed dat het plaatselijk bestuur, de inkwartiering bevelend, daarvoor verantwoordelijk was aan hooger administratief gezag. Dit laatste had het Hof mede in aanmerking genomen bij zijn overweging dat handelingen van een wettig administratief bestuur, op een wettige verordening steunend, geen onderwerp kunnen zijn van 's rechters onderzoek en beslissing.

j. Hof Arnhem 14 Juni 1876 W. 4231, R. B. 1878 D p. 49, G. st. 1395, W. B. A. 1510 meende dat het onderzoek o. a. deivraag, of iemands aanwijzing als onderhoudsplichtige van een waterstaatswerk bij bizonder reglement, geoorloofd is volgens het algemeen provinciaal reglement, — zou zijn een beoordeeling der innerlijke waarde of billijkheid van eerstbedoeld reglement, verboden door art. 11 wet Alg. Bep. — In gelijken zin Rb. Gron. 21 Mei 1880 "W. 4573, R. B. 1881 D p. 33, G. st. 1530, W. B. A. 1645; welk vonnis echter is gecasseerd door H. R. 18 Maart 1881 W. 4626, R.spr. 127 § 26, v. d. Hon. B. R. 46 p. 147, R. B. 1.1. p. 93, W. B. A. 1669, overwegend dat zulk onderzoek niet de innerlijke waarde of billijkheid van het reglement betreft. — Hier werd de vraag dus niet zoo gesteld, of in het algemeen bestuursdaden mogen beoordeeld door de rechterlijke macht. k. Rb. Leiden 7 Aug. 1849 W. 1047 overwoog in een bezits-

Sluiten