Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bed. btaten terecht een weg op den ligger van openbare wegen hadden geplaatst. Dit zou men in strijd kunnen achten met de zooeven geciteerde overweging, op grond van het op p. 153—155 gezegde; vgl. ook p. 216—217, en hierna no. 38. Zie echter (daargelaten dat het bedoelde vonnis omtrent het op de geciteerde blzz. gezegde een andere opinie kan hebben gehad) over de accessoire vordering tot schadevergoeding hiervóór p. 84. Moet deze, waar zij — gelijk hier het geval was — is gevoegd bij een eigendomseisch, als zakelijk worden aangemerkt, dan is daarin de beslissing over de onrechtmatigheid ook louter praejudicieel, en dus het op p. 153—155 uiteengezette dan niet toepasselijk.

Vgl. hierbij no. 11 sub c hierna.

m. Rb. Breda 1 Nov. 1853 W. 1525, G. st. 133 overwoog dat art. 15 wet 1845 Stbl. 22 slechts is een erkenning van het beginsel dat de rechterlijke macht niet geroepen is te oordeelen over de handelingen der administratieve autoriteiten, waar deze binnen den kring hunner bevoegdheid ter uitvoering van wettelijke voorschriften werkzaam zijn. Vgl. ook Alg. Begins. XV no. 83.

n. Ktg. Breda 14 April 1858 W. 1983 huldigde implicite mede hetzelfde beginsel als de voorgaande beslissingen.

o. Uitdrukkelijk zoo ook de conclusies O. M. vóór H. R. 20 Dec. 1872 W. 3539 p. 2 kol. 2, R.spr. 102 § 36, v. d. Hon. B. R. 37 p. 536, — en vóór Rb. Gorinchem 22 Juni 1869 W. 3130.

p. Weifelend ten aanzien der beoordeeling van bestuursdaden: Rb. Rott. 26 Juni 1850 W. 1145, R.spr. 44 § 96, betreffende de door het eischend polderbestuur tegenover de gedaagde gemeente betwiste bevoegdheid van een hoogheemraadschap tot het geven van vergunning voor het doorgraven eener kade.

9. q. Dat de rechterlijke macht daden eener buitenlandsche regeering niet mag beoordeelen, is beslist, in strafzaken ten opzichte der wettigheid eener uitlevering, door Hof Amst. 22 April 1885, zie p. 187 hiervóór. Insgelijks in burgerlijke zaken, ten aanzien van het ontslag eens ambtenaars: Hof Brussel 1 Juli 1891 W. 6087, mede vermeld hierna in no. 10 (2) sub a. Bij

Sluiten