Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit arrest moet worden in het oog gehouden dat in België art. 13 van titel II der Fransche wet van 16/24 Aug. 1790 en het dekreet van 16 Fruct. an III geacht worden (werden?) nog te gelden; vgl. hierna no. 36 sub e.

Voor het geval dat het heffen van surtaxe dooreen buitenlandschen Staat voor goederenvervoer langs een door hem geëxploiteerden spoorweg, als bestuursdaad zou moeten worden aangemerkt, verdient hier vermelding dat in een beoordeeling der aangeduide handeling (uitgaande van den Belgischen Staat) is getreden door Rb. Middelburg 12 Febr. 1902 W. 7812.

8. r. De opvatting dat de rechterlijke macht bestuursdaden niet mag beoordeelen leidde Rb. Gron. 1 Maart 1895 P. v. J. 1895 no. 37, W. B. A. 2387 zelfs tot de stelling dat zij een administratieve akte niet mag interpreteeren. Dit is geheel de Fransche leer, welke steunt op de in Frankrijk gehuldigde opvatting over de „séparation des pouvoirs"; vgl. no. 36 sub a hierna. Zie ook Alg. Begins. IX no. 33 en XV no. 77 ja. p. 252 hiervóór.

9. s. De leer dat de rechterlijke macht (de rechtmatigheid van) bestuursdaden niet mag beoordeelen, is o. a. voorgestaan door A. de Pinto en A. R. Arntzenius, beide geciteerd hierna in no. 37 sub a, — alsmede in het anonyme geschrift (auteur v. Rappard), De conflicten van attributie (1842) p. 42 — 44 '). Vgl. ook de opvatting der afdeelingen van de Tweede Kamer over het Conflicten-Ontwerp van 1842, met instemming vermeld in W. 2660 p. 1 kol. 2 door de Red. (A. de Pinto), — dat n.L, als elke handeling van het administratief gezag aan het oordeel van den rechter onderworpen kan zijn, de vrije werking van dat gezag wordt belemmerd, en daardoor aan de rechterlijke macht een gezag wordt toegekend boven de administratie, waardoor deze ondergeschikt wordt aan den rechter. Daarover zie hierna no. 37 sub e. — Vgl. ook W. 1213 p. 1 kol. 1 v. o. en kol. 2 v. o., W. 1340 p. 1 en W. B. A. 1609 p. 1 kol. 1.

!) Bij de litteratuur en jurisprudentie van vóór 1844 is in liet oog te houden dat liet K. B. van 5 Okt. 1822 Stbl. 44 eerst is ingetrokken door dat van 20 Mei 1844 Stbl. 25. — Bij dit no. 9 sub s vgl. no. 15 sub i.

Sluiten