Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(indeeling) bij de militie uit haar aard behoort bij de administratieve macht. Dit laatste motief1) maakt het arrest van ruimer strekking; vgl. ook Red. in W. 1918, die meent dat de H. R. hier de leer aanhing dat de rechterlijke macht in het algemeen geen bestuursdaden heeft te beoordeelen. Dit is echter niet noodzakelijk af te leiden uit het arrest, dat zeer wel is overeen te brengen met de meening — mede voorgestaan in de voorafgaande concl. O. M. — dat de rechterlijke macht enkel dan tot zulke beoordeeling is gerechtigd, waar het geldt een overheidsdaad, die inbreuk maakt op een burgerlijk recht. Dit nu was hier niet het geval (vgl. hierna no. 11 en p. 56 — no. 46 — hiervóór). — Deze laatste opmerking geldt ook voor:

c. H. R. 4 Juni of Juli 1875, op p. 53 vermeld, welk arrest — bevestigend Hoogger. Hof N.-Indië 17 Juni 1873 W. 3689 — mede steunde (hoewel ten onrechte, vgl. p. 57 v. o., en sub Alg. Begins. XVII) op de speciale bepalingen van artt. 94 en 95 oud Reg. Regl. v. Ned. O.-Indië van 2 Sept. 1854 Stbl. 129. Intusschen motiveerde de H. R. óók hiermee dat een geschil over de rechtmatigheid van een benoeming of ontslag er niet een is over burgerlijke rechten, en dat het ontslaan van ambtenaren geheel behoort tot de bevoegdheid van het administratief gezag. Deze overweging is mede te vinden in het arrest a quo, doch daar in den vorm van een beroep op het bepaalde in art. 82 lid 1 Reg. Regl. (vgl. de verwijzing in de vorige noot). — Wegens het zooeven uit het arrest van 1875 geciteerde, is ook dit inzóóver van ruimer strekking dan voor de toepasselijkheid der eerstvermelde wetsbepalingen. Noch de H. R., noch het Hoogger. Hof hielden echter in hun motiveering voldoende uit elkaar het nemen van den administratieven maatregel zelf, en de rechterlijke beoordeeling daarvan.

Bij het bovenstaande vgl. ook hetgeen hier onmiddellijk volgt.

(2) a. Voorzoo ver de in dit no. 10 (1) sub b en c geciteerde arresten van 1857 en 1875 niet enkel op speciale wetsbepaling

J) Vgl. hierbij op art. 1 R. O. sub C aanhef, in de noot.

Sluiten