Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steunen, sluit zich daarbij aan - en wel, als insgelijks betreffende de rechtmatigheid van het ontslag eens ambtenaars, vooral aan het arrest van 1875 Rb. Rott. '29 Okt. 1888 W. 5655. Dit vonnis is, zoowel voor het ontslag, als voor de verplichting van het bestuur om den ontslagene een getuigschrift uit te reiken, gemotiveerd evenals de hierboven weergegeven overweging van bedoeld arrest van 1875. Zoo ook Hof Brussel 1 Juli 1891 "W. 61)87, mede geciteerd hiervóór in no. 7 (zie de opmerking aldaar).

Vgl. hierbij H. Rehm in Hirth's Annaleü des deutschen Reichs 1885 p. 194 omtrent de Duitsche wetgeving, die in geschillen over de geldelijke belangen der ambtenaren meestal wil dat het ontslag geëerbiedigd wordt door den rechter, zoo het is gegeven door den ambtenaar tot wiens competentie dit behooit. — Vgl. mede over zulk ontslag het hierna in no. 15 sub d geciteerde arr. Hof Leeuw, van 1 April 1896, niet betieffende een eisch tot schadevergoeding. — Vgl. ook Red. in W. 3561 p. 4 kol. 1, van meening dat de rechterlijke macht nooit de wettigheid van bedoeld ontslag heeft te onderzoeken. In dien zin ook, voor ontslag zoowel als voor benoeming door de Kroon, de Jonge, Admin. en Just. p. 70, die aldaar echter verzuimt te onderscheiden tusschen wettigheid en wenschelijkheid van bedoelde maatregelen; vgl. hiervóór no. 9 sub t. — Vgl. mede hiervóór no. 5 en hierna no. 31 sub e.

b. In een accessoiren eisch tot schadevergoeding is voor bestuursdaden, geen inbreuk makend op een burgerli/jk recht, de leer dat de rechterlijke macht zulke daden niet mag beoordeelen, aangenomen door H. R. 21 Dec. 1900, (zie hiervóór no. 6 sub d jo. b), en door Rb. Arnhem 16 Okt. 1851 W. 1277, G. st. 7. Eveneens in een geval dat wèl inbreuk op een burgerlijk recht werd beweerd (n.1. bestaande in het verbod van het gemeentebestuur aan eischer om binnen zekeren afstand van de grens van zijn erf een heining te stellen): Rb. Rott. 7 Dec. 1874, vermeld op p. 54—55, — dit contra O. M., hetwelk zich beriep op de aantasting van eischers eigendom.

c. Evenals de voorgaande jurisprudentie, in een zelfstandigen

Sluiten