Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eisch tot schadevergoeding, Hoogger. Hof N.-Indië 20 Nov. 1873, vermeld sub Berichten in W. 3668 p. 4 en W. 3685 p. 4, — betreffende een bevel der Regeering aan den strandvonder om een opgeëischt schip over te geven aan den Engelschen Consul, welk bevel was uitgevaardigd naar aanleiding van het handelstraktaat met Engeland.

Zoo ook voor een arrestatie door het Openbaar Ministerie: Ktg. Haarlem 18 Sept.,1858 W. 2006, gemotiveerd speciaal voor het geval dat er, werd onrechtmatigheid der ambtsdaad aangenomen, een strafbaar feit zou zijn. Vgl. de kritiek van dit vonnis in de noot van den Inz. W. LI. — In anderen zin voor vorderingen tot schadevergoeding wegens onrechtmatige arrestatie zie hierna no. 12 sub a.

Voor het geval dat niet sprake is van inbreuk, op burgerlijke rechten, is implicite aangenomen dat dan de bestuursdaad als ivettig moet aangemerkt, zoo is gehandeld binnen den formeelen bevoegdheidskring, — door Rb. Amst. 11 of 12 Maart 1850 W. 1117, R. B. 1850 p. 551, W. B. A. 83.

d. Rb. Utrecht 30 Juni 1897 W. 7090 achtte het verzuim van nakoming eener publiekrechtelijke verplichting (hier van een waterschap tot onderhoud eens vaarwaters) niet onderworpen aan de rechtspraak van den burgerlijken rechter, en verklaarde da&rom den eisch tot schadevergoeding niet-ontvankelijk. Vgl. het in 't vorig no. 9 sub u opgemerkte over de opvatting van het Kamerlid v. Eck. Zie hierbij de jurisprudentie, die in zulke gevallen de niet-ontvankelij kh eid daarop grondt dat er geen civiele rechtsband tusschen partijen bestaat, zoodat artt. 1401 vlgg.B. W. niet toepasselijk zijn, en om die reden geen schadevergoeding is verschuldigd. Vgl. hiervóór p. 59 (no. 50); Léon—Asser no. 7 op art. 1402 B. W., en Léon—Rombach op dit art., Suppl. I no. 7, Suppl. III en V no. 25, Suppl. VI no. 33. Zie ook de Belgische jurisprudentie, mede geciteerd hiervóór p. 59 v. o. Het daar vermelde arr. Hof Gent van 16 Maart 1895 W. 6670 ontzegde aan de rechterlijke macht de beoordeeling van bestuursdaden, op grond dat zij niet'over de opportuniteit daarvan heeft te beslissen, terwijl

Sluiten