Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op last van het polderbestuur) '). Ygl. hierbij Hof Geld. 3 Maart 1847 R. B. 1847 p. 461 (last van polderbestuur aan aannemer tot het rooien van boomen). — Ygl. mede K. B. 20 Juni 1889 R. v. St. 29 p. 363 ja. p. 275, wel betrekking hebbend op de competentie der rechterlijke macht, doch implicite van oordeel dat deze de rechtmatigheid had te onderzoeken der inbreuk van een waterschapsbestuur op de burgerlijke rechten van een ingeland, o. a. door verbreeding eener sloot, loopend langs den grond, waarvan die ingeland vruchtgebruiker was, — en door aarde op dat land te werpen. — Ygl. verder Rb. 's Hertog. 13 Jan. 1905 W. 8183 en 8377, P. v. J. 468, W. B. A. 2911, en Rb. Arnhem 8 Juli 1879 W. 4389, bevestigd door Hof Arnhem 31 Maart 1880 W. 4533, R. B. 1880 W. 4533, R. B. 1880 D p. 39.

Mede in den geest der voorafgaande jurisprudentie, eveneens implicite: H. R. 10 Mei 1901 W. 7606, R.spr. 188 §6, v. d. Hon. B. R. 67 p. 315, P. v. J. 1901 no. 41, G. st. 2599, W. B. A. 2714, met het arrest a quo, Hof 'sGrav. 11 Juni 1900 W. 7470, P. v. J. 1900 no. 76, G. st. 2570, W. B. A. 2672, en het vonnis in eersten aanleg, Rb. Rott. 1 Mei 1899 W. 7314, P. v. J. 1900 no. 76, G. st. 2501, W. B. A. 2625, — in verband met Hof 'sGrav. 26 Juni 1902 W. 7779, P. v. J. 188, W. B. A. 2782, waartegen de cassatie is verworpen door H. R. 13 Maart 1903 W. 7899, R.spr. 193 § 44, P. v. J. 246, G. st. 2697, W. B. A. 2816, W. v. N. R. 1761. — Zie verder H. R. 25 Maart 1870 W. 3198, R.spr. 94 § 31, v. d. Hon. B. R. 34 p. 337, G. st. 968, implicite aannemend dat -de rechterlijke macht bestuursdaden mag beoordeelen in een eisch tot schadevergoeding wegens

1) Deze procedure is een voorbeeld èn daarvan dat het dubieus kan zijn of men met een bestuursdaad te doen heeft (hier de door het bestuur verstrekte last), èn van de mogelijkheid tot twijfel omtrent de vraag of — gesteld er is een bestuursdaad — de beweerde onrechtmatigheid daarvan enkel betreft haar materieele wettigheid, dan wel mede de competentie van het bestuur, diens z.g. formeelen bevoegdheidskring. De bedoelde last gold n.1. de berging van specie op land, niet binnen het waterschap gelegen.

Sluiten