Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. Rb. Leiden 20 Okt. 1846 R. B. 1846 p. 740 overwoog dat de rechter de rechtmatigheid van bestuursdaden mag onderzoeken, maar niet aan de administratie de afgifte van bescheiden in bepaalden vorm mag gelasten. — Dit is een toepassing van den regel dat de rechter aan de administratie geen bevelen kan geven, die niet op de wet berusten; vgl. Alg. Begins. XIX nos. 2, 9 en 10.

d. Met den regel, hierboven sub c aangeduid, houdt ook verband de leer dat, al mag de rechter de wettigheid van bestuursdaden onderzoeken en haar onwettigheid uitspreken, waar dit pas geeft, —hij, behoudens wettelijke machtiging daartoe '), zulk een daad niet mag te niet doen of buiten effekt stellen; vgl. ook hierna nos. 19 sub c en 39.

Ten aanzien dezer onderscheiding worde hier het volgende opgemerkt. — De rechterlijke uitspraak dat een administratieve daad onwettig is, verschilt, ook al is, zij gegeven niet bloot praej udicieel, doch als bindende beslissing, — van de vernietiging eener zoodanige daad hierdoor, dat op zich zelf de eerstbedoelde uitspraak de rechtsgevolgen der daad (voorzoover deze laatste niet rechtsgevolgen mist, daargelaten die voortspruitend uit de onwettigheid zelf), ook voor het vervolg onaangetast laat. Waar echter de onwettigverklaring tevens is verklaring van radikale nietigheid, constateert zij dat de daad van den aanvang af geen ander rechtsgevolg hebben kon dan dat, verbonden aan de onwettigheid. De vernietiging daarentegen heft de reeds bestaande rechtsgevolgen enkel voor het vervolg op, tenzij haar krachtens speciale bepaling terugwerkende kracht toekomt. De rechter grijpt bij vernietiging constitutief in een bestaanden rechtstoestand in, anders dan bij nietigverklaring, waarbij hij een enkel deklaratieve beslissing geeft. — Vgl. hieromtrent W. Jellinek, Der fehlerhafte Staatsakt und seine Wirkungen (1908) p. 45—46,52—53. Deze noemt „vernichtbar" enkel wat kan vernietigd ex tune. Bij opheffing spreekt hij van „zurücknehmen". Yoor ons verdient deze terminologie m. i. geen navolging.

!) Deze kan implicite zijn opgesloten in het voorschrift de schade te vergoeden door de onrechtmatige daad veroorzaakt; vgl. de volgende noot en Alg. Begins. XIX sub no. 9 i. f.

Sluiten