Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vaak worden de uitdrukkingen nietigverklaren en te niet doen (of buiten effekt stellen) als gelijkwaardig gebezigd. —Zoo overwoog Hof Friesland 22 Jan. 1852 W. 1309 dat de rechter door een administratieve handeling nietig te verklaren — hier door het buiten effekt stellen van een ligger voor onderhoudsplicht —, zich in een zuiver administratieve zaak zou stellen boven de administratieve macht, waartoe hij onbevoegd is. — Dit arrest (waartegen de cassatie is verworpen door H. R. 24 Dec. 1852 W. 1397, enz., nader te vermelden op art. 2 R. O.) bevestigde Rb. Sneek 12 of 13 Maart 1851 W. 1318, R. B. 1852 p. 8, welk vonnis had overwogen dat de rechter wel de rechtmatigheid van administratieve verordeningen en maatregelen mag beoordeelen, als deze wordt aangevoerd tot verwering tegen een burgerlijke aktie, of als oppositie tegen , een dwangbevel, ter competentie des rechters, — maar dat daarover niet bij rau-aktie een rechterlijke beslissing kan worden geprovoceerd.

De hierboven bedoelde leer dat de rechter de wettigheid van bestuursdaden heeft te beoordeelen, al mag hij ze niet buiten effekt stellen, is gehuldigd door H. R. 31 Maart 1854, nader vermeld in no. 17 sub c hierna. — Verder door Hof Amst. 31 Jan. 1896 W. 6777, P. v. J. 1896 no; 16 (contra O. M.): De rechter mag onderzoeken of door een besluit van den Gemeenteraad rechten, verkregen bij privaatrechtelijk contract, zijn verkort, — maar niet, als zij dit aanneemt, hét besluit feitelijk te niet doen. Dit arrest wees toe de op overeenkomst steunende vordering tot schadevergoeding, doch vernietigde Rb. Amst. 6 Juni 1893 P. v. J. 1893 no. 61, welk vonnis had toegewezen den tegen de gemeente ingestelden eisch tot ontdemping eener op grond van een Raadsbesluit gedempte sloot. Vgl. hierbij Rb. Amst. 14 Juni 1898 W. 7279, P. v. J. 1898 no. 87, Gem.st. 2502, gelijke vordering niet —, doch wèl toewijsbaar achtend die tot vergoeding der schade, door de demping veroorzaakt, nu het gebruik van het water door de gemeente contractueel was gewaarborgd. Dit laatste vonnis overwoog dat de rechter, als orgaan van het Staatsgezag, niet mag te niet doen wat door een ander

Sluiten