Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat een eventueel ten onrechte verleende drankvergunning niet door den strafrechter als niet verleend mag beschouwd, is ook aangenomen door Ktg. Goes 2 Juni 1906, bevestigd dooi Rb. Middelburg 21 Sept. 1906, beide in W. 8545.

«8. Het op p. 21 hiervóór geciteerde arr. H. R. van 4 Juni 1880 betrof mede eeri beëediging, die moest plaats hebben krachtens verwijzing naar den Kantonrechter door de Rechtbank. De H. R. besliste hieromtrent dat, waar die verwijzing was verzuimd, de leëediging niet nietig was, nu de wetsbepaling, dit' de verwijzing beval, daarmee slechts ten doel had dat de beeediging zou geschieden voor den Kantonrechter, vooi wien zij

inderdaad had plaats gehad.

3». a. Het op p. 261 en 409 vermelde arr. H. R. van 28 Febr. 1865 gold het volgende geval. De gemeenteverordening bepaalde dat de tot den dienst bij de brandweer aangewezenen verplicht waren tegenwoordig te zijn bij de dienstverrichtingen na oproeping, alsmede dat bedoelde aanwijzing door B. en W. geschiedde na loting, ingeval men zich niet tijdig had laten inschrijven. Beklaagde, die bij zekere exercitie niet tegenwoordig was geweest, beweerde dat, nu de voorgeschreven loting niet was geschied, zijn aanwijzing tot den dienst onwettig was. In plaats van, gelijk de H. R. deed, hier de in haar algemeenheid betwistbare stelling, op p. 409 geciteerd, als argument aan. te voeren voor de beslissing dat de veroordeeling terecht had plaats gehad, — zou kunnen zijn overwogen dat de verordening meebracht dat een onwettige aanwijzing als waarvan hier sprake was, moest beschouwd als toch verbindend, zoodat het al dan niet wettige er van irrelevant, niet praejudicieel was voor den stiafiechtei ,

vgl. p. 263 hiervóór.

b. Analoog aan het sub a genoemde was het geval, beslist door H. R. 3 Mei 1864, mede vermeld op p. 261, inzoover feeklaagde ook hier beweerde ten onrechte bij den brandweerdienst te-zijn ingelijfd; ditmaal op grond van een reden tot vrijstelling ingevolge de verordening. — De H. R. overwoog hier: nu de verordening den [administratieven] weg aanwijst, met betiekking

Sluiten