Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot beweerde redenen van vrijstelling en het indienen van bezwaren tegen de inlijving te volgen, kon de [strafjrechter niet onderzoeken of iemand naar de verordening was vrijgesteld, en daarom niet mocht worden ingelijfd, met gevolg dat zijn inlijving ongeldig zou zijn. — Het arrest voegde hierbij: Terecht is beslist dat beklaagde wettig is ingelijfd. Over de reden tot deze laatste overweging vgl. p. 263 hiervóór.

Zie ook de p. 260—261 vermelde 'arresten H. R. van 1 April 1902 en 23 Dec. 1907, insgelijks betreffende het geval dat de tot brandweerdienst aangewezene beweerde ondanks zijn niet opkomen niet strafbaar te zijn, op grond dat hij volgens de verordening niet mocht zijn aangewezen.

Vgl. hierbij het gezegde op p. 261 v. o.—262 v. b. jis. p. 298 en 321.

3©. Met de in het vorig no. 29 genoemde gevallen van iemands aanwijzing tot zekeren publieken dienst, biedt ook analogie dat, waarbij het geldt de vraag, of een gemeenteverordening voldoet aan de vereischten door artt. 192 jo. 193, eerste zinsnede, Gem.iuet gesteld voor de oproeping tot persoonlijke diensten. Hieromtrent zie Alg. Begins. XVII no. 24; vgl. ook p. 469 v. o. hiervóór.

31. a. Eveneens is er analogie tusschen de in no. 29 behandelde gevallen (de verordening, die in 1902 ter sprake kwam, sprak van benoembaarheid voor den dienst bij de brandweer), en de vraag of niet-inachtneming der vereischten, voor iemands benoembaarheid tot zeker ambt of waardigheid, bij wettelijk voorschrift of bij eenig reglement gesteld, — de ongeldigheid der benoeming meebrengt, met gevolg dat de benoemde de kwaliteit mist, die hij op grond der benoeming zich toeschrijft. Vgl. hieronder sub b—e.

Zoo ten opzichte der bepaling in een provinciaal kerkelijk reglement voor Hervormde gemeenten, dat men, om tot diaken benoemd te worden, voorstander moest zijn van den openbaren godsdienst, onberispelijk in belijdenis en zeden, en geen tegenstander der kerkelijke verordeningen '). Vgl. in W. 1035 de i) Of dit laatste het geval was, onderzocht Hof Leeuw. 29 Mei 1889 W. 5751,

Sluiten