Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden gelijkgesteld, zie het p. 214 hiervóór geciteerde vonnis Rb. Maastr. van 6 Dec. 1900, op een disqualificatoire exceptie weigerend te onderzoeken of gekozenen in den kerkeraad de vereischten misten, voor de verkiesbaarheid gesteld. Dit vonnis overwoog, betreffende de kwestie of er een vakature was, dat de vraag of de verkiezing in dit opzicht wettig was, niet mocht onderzocht, nu er geen bezwaren tegen waren ingebracht bij de kerkelijke autoriteit.

In gelijken geest als de laatstaangehaalde overweging, oordeelde Rb. 's Hertog. 28 Jan. 1898, op p. 21 geciteerd, ten aanzien eener benoeming door den Kantonrechter, — dat de vraag of het geval zich voordeed, waarin alléén die benoeming wettig kon zijn, niet incidenteel mocht onderzocht bij wijze van vermomd appèl.

Vgl. bij het vorenstaande, ook betreffende benoemingen, Rb. 's Hertog. 30 Juni 1858 W. 2106, overwegend dat de rechterlijke macht zich niet heeft in te laten met het onderzoek naar de bevoegdheid van een persoon, als bevoegd aangewezen door het administratief gezag, —'hier Ged. Staten, die tijdelijk een ambtenaar hadden aangesteld, ingevolge het toen geldend art. 16 wet 12 Juli 1855 Stbl. 102. — Dit vonnis is bevestigd door Hof N.-Brab. 15 Maart 1859 W. 2094, op grond dat aan Ged. St. het eindoordeel verbleef over de vraag, of de bij bedoeld art. 16 vereischte feitelijke omstandigheden aanwezig waren; zie Alg. Begins. XVII no. 35.

In den zin der voorgaande beslissingen ook de motiveering der op p. 215, 351 ja. 354, en p. 408 geciteerde arresten Hof Arnhem van 15 Jan. 1902 en 13 Dec. 1905, dat n.1. een in den vorm wettig besluit van den Gemeenteraad tot benoeming van het bestuur eener instelling van liefdadigheid slechts langs administratieven weg kan aangetast, — en, zoolang het bestaat, door

geschillen over geloofsbrieven. — Het is m.i. duidelijk dat, waar de jurisprudentie weigert de wettigheid van benoeming of verkiezing incidenteel te onderzoeken, zij daarmee implicite aanneemt dat onwettigheid niet per se radikale nietigheid insluit.

Sluiten