Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den burgerlijken rechter moet geëerbiedigd. Deze motiveering — waarmede zich vereenigt Oppenheim, Ned. Gem.recht, 3e ed. I p. 871 — is zóó ruim dat zij geheel samenvalt met de leer, hiervóór p. 479 v. o. ondersteld als die van den Raad van State. Buitendien reikt de strekking dier twee arresten nog verder, omdat zij bedoelden te omvatten het geval dat de competentie van den Gem. Raad, die benoemde, betwist werd (vgl. hiervóór p. 408). Dat dit laatste plaats had, stond in 1902 vast, en werd in 1905 door het Hof ook ondersteld, terwijl het mede blijkt uit de laatste overwegingen van het arrest van 1905, waarin trouwens het Hof (gelijk ook in 1902) de bevoegdheid van den Raad tot benoeming toch aanneemt. Sprekende van een op wettige wijze tot stand gekomen besluit, en hierbij voegend dat gedaagde die wettigheid niet betwistte, schijnt het arrest van 1905 dan ook enkel onbetwist te hebben geacht dat bij de benoeming geen formaliteiten waren verwaarloosd. — Speciaal met het oog op de omstandigheid dat de competentie tot de benoeming niet vaststond, schijnen beide arresten van het Arnhemsche Hof bedenkelijk. — Vgl. hierbij ook Alg. Begins. XVIII no. 7 i. f.

Ten aanzien der materieele wettigheid eener verkiezing in anderen geest dan de bovenstaande beslissingen, H. R. 24 April 1882 en Hof 's Grav. 24 Juni 1882, op p. 210 geciteerd, den rechter bevoegd achtend tot het onderzoek of de verkiezing van een polderbestuur was geschied overeenkomstig de reglementaire voorschriften.

Vgl. ook Rb. Breda 20 Nov. 1855, bevestigd door HofN.-Brab. 11 Nov. 1856, beide op p. 212 geciteerd. Het gold daar de benoeming door den Koning van polderbestuursleden, waarvan beweerd was dat de één niet mocht benoemd volgens het reglement, en de ander op onregelmatige wijze benoemd was. Beide colleges oordeelden dat de rechter de wettigheid der benoeming door den Koning niet kon onderzoeken. De Rechtbank voerde daarvoor aan dat art. 148 Grw. 1848 hem zulk onderzoek niet ' opdraagt; het Hof vereenigde zich met deze minder gelukkige ')

Vgl. het hiervóór op p. 222 v. o. opgemerkte.

Sluiten