Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en of de vereischte formaliteiten daarbij waren in acht genomen.

— Ook bij Rb. Brussel 17 Dec. 1864, geciteerd op p. 208, gold het de vraag, of een ontslag aan een predikant volgens de kerkelijke reglementen formeel wettig was gegeven; de Rechtbank meende dit niet te mogen beoordeelen wegens de scheiding van Kerk en Staat.

In gelijken geest overwoog Rb. Assen 29 Jan. 1866, p. 213 en 342, dat de vraag of de samenstelling van een kerkeraad gewettigd wordt door de synodale reglementen, betreft een onderwerp van zuiver kerkelijk huishoudelijken aard, alleen ter beoordeeling der kerkelijke besturen, wier goedkeuring meebrengt dat de burgerlijke rechter de feitelijke samenstelling als de wettige moet aanmerken; vgl. hierbij het op p. 211 naar aanleiding van H. R. 2 Jan. 1846 opgemerkte, en p. 342 sub cc. Voor het zooeven geciteerde vonnis Rb. Assen en voor de bier volgende beslissingen vgl. mede Alg. Begins. XVII nos. 50—52, op art. 1 R. O. sub G no. 2, en hiervóór p. 214 en p. 339— 342.

— Met het aangehaalde vonnis Rb. Assen staat, hoewel niet benoemingen betreffend, op gelijke lijn de overweging van Rb. Leeuw. 31 Mei 1888 W. 5644, dat de rechter, die het besluit der Synode, gelastend toepassing van art. 18 Alg. Regl. Herv. Kerk (het classikaal bestuur doet wat des kerkeraads is in de gevallen bij het reglement voorzien) zou toetsen aan het kerkelijk reglement,

— zelf, in strijd met art. 1 wet 10 Sept. 1853 Stbl. 102, een daad van bestuur in de kerk zou verrichten '), en de kerkelijke autonomie illusoir maken; zie Alg. Begins. XYII no. 52. — Ygl. daarbij ook Rb. Leeuw. 28 Juni 1888 W. 5657, overwegend dat de burgerlijke rechter een daad van kerkelijke rechtspraak zou verrichten '), als hij onderzocht of een provinciaal kerkbestuur naar het kerkelijk reglement (o. a. verstoring van orde en rust in de kerk als gevallen daarvoor aangevend) terecht iemand had ontzet uit kerkelijke bedieningen en lidmaatschap. — Op dit laatste punt overwoog Rb. Utrecht 6 Juni 1888 W. 5567 dat,

') Vgl. daaromtrent het hierna in no. 37 sub e gezegde.

Sluiten