Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cieel is voor zijn rechtsverhouding tot hem, in wiens dienst hij was; vgl. p. 439—440. — Zie ook, betreffende het ontslag aan een ridder der Militaire Willemsorde gegeven, het p. 405 v. o. vermelde vonnis Rb. 'sGrav. van 9 Jan. 1906, overwegend dat een onwettig ontslag alle kracht mist, zoodat de dus ontslagene moet geacht zijn lidmaatschap niet te hebben verloren. In appèl oordeelde Hof 's Grav. 16 Dec. 1907, p. 406 geciteerd, dat, daar de Gouverneur-Generaal onbevoegd was eiscber de orde te ontnemen, — deze zijn lidmaatschap niet had verloren door het besluit houdende ontslag, welks radikale nietigheid hier op grond der bedoelde incompetentie werd aangenomen. In cassatie overwoog H. R. 19 Juni 1908, p. 447 vermeld, dat de beoordeeling door den rechter, of het besluit van den Gouv.-Gen. kon meebrengen het ophouden der verplichting van den Staat tot betaling der soldij, voor het overige de Regeeringsdaad onaangetast liet; vgl. hiervóór t. a. p.

33. a. Een aan de in het vorig no. 81 sub b aangeduide ziens wijs van den Raad van State analoge opvatting is, ten opzichte eener beslissing der Rijksverzekeringsbank gehuldigd dooiden Centralen Raad van beroep voor de Ongevallenverzekering 27 Maart 1906 W. R.spr. Ongev. Verz. 1906 no. 74 sub 399», C. Org. 3 p. 381, aldus overwegend: Nu de R. Yerz.-Bank, hangende een geding over een reeds toegekende schadeloosstelling, bij verandering in den toestand van den getroffene, opnieuw een beslissing mag nemen over zijn aanspraken op schadeloosstelling, moet zulk een beslissing, ook als zij niet in overeenstemming met de wet mocht zijn, toch volkomen effekt hebben, totdat ze, tengevolge van daartegen ingesteld beroep, is vernietigd. — Zie in gelijken geest, al was de casuspositie niet geheel dezelfde, Raad van beroep Amst. 29 Dec. 1905 C. Org. 3 p. 273, met overneming der motiveering bevestigd doorC. R. 6 April 19061.1. p. 423. Vgl. ook het slot van C. R. 15 Juni 1905 W. R.spr. Ongev.-Verz. 1905 no. 27 sub 529°, C. R. 31 Maart 1905 1.1. no. 14 sub 295°, en C. R. 30 of 31 Okt. 1908 W. R.spr. Soc. Verz. 1908 no. 45 sub 12', C. Org. 6 p. 156.

Léon: Rechtspraak 3e Druk, Deel II, afi. 1. 4 31*

(Mr. L. van Praag, Recht. Orf/.)

Sluiten