Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit bovenstaande overweging, algemeen als zij is gesteld, schijnt te volgen dat de C. Raad niet anders zou oordeelen, als het gold het opleggen van verplichtingen buiten ambtsverband, ook al mocht er geen speciale wetsbepaling zijn aan te wijzen, meebrengend dat de beslissing der R. V.-Bank, wettig of onwettig, moet nageleefd, behoudens het beroep op den rechter.

Met de hierboven aangehaalde uitspraken van den Centralen Raad schijnt inzoover in overeenstemming de motweering van Rb. Amst. 14 Febr. 1908 W. 8779, Centr. Org. 6 p. 183, — als dit vonnis overweegt dat een besluit der R. .Y-Bank blijft gelden, zoolang de mogelijkheid bestaat dat de administratieve rechter het" besluit beoordeelt. De Rechtbank oordeelde, na onderzoek van dit punt, dat in het gegeven geval niet onwettig was gehandeld. Daarom is het onzeker, of uit het vonnis mag afgeleid dat de Rechtbank eventueel voor een onwettig besluit der R. V.Bank, zoolang het niet was vernietigd bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak van den ongevallen-rechter, geheel dezelfde gevolgen als voor een wettig besluit zou hebben aangenomen. Hetzij dit echter wel of niet als de bedoeling van het vonnis moet aangemerkt, m. i. was het niet juist om, gelijk de Rechtbank deed, de hierboven aangegeven overweging te doen steunen op art. 76 lid 1 Ongev.wet. Die bepaling brengt wel mee dat de beslissing der R. V.-Bank, ondanks beroep er tegen bij den ongevallen-rechter, is uitvoerbaar, — maar verder is daaruit geen gevolgtrekking te maken omtrent de kracht, welke aan die beslissing, mocht zij achteraf onwettig worden bevonden, tot zoolang toekomt. Speciaal b.v. niet deze dat, voorzoover het niet uit andere wetsartikelen voortvloeit, de verplichting zou bestaan tot opvolging eener onwettige beslissing der Bank. — Vgl. betreffende een in dit opzicht analoog geval, het gezegde in W. B. A. 2825 p. 2 jo. 2826 p. 1 i. f.— p. 2.

b. Vgl. hier ook het reeds in no. 25 sub c vermelde vonnis Rb. 'sGrav. van 5 April 1904.

c. De opvatting dat besluiten, die niet vernietigd zijn, de burgers verbinden, onverschillig of ze onwettig zijn, — is ook aangeno-

Sluiten