Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wettig genomen is, een beslissing die als zoodanig moet geëerbiedigd, behoudens toetsing door wie daartoe bevoegd is, zooals de strafrechter. Hij ziet hierbij echter over het hoofd dat de door de administratie louter praejudicieel genomen overweging aangaande de wettigheid van door haar uit te vaardigen maatregelen, zelf geen autoritatief element bevat, en dan ook in geenen deele binden kan. Ygl. ook hiervóór p. 153 en 164 v. o. Ware het anders, het toetsingsrecht b.v. van den strafrechter, dat Mayer erkent, zou moeielijk kunnen verklaard. Zijn voorbehoud daaromtrent behelst dan ook m. i. een tegenspraak van zijn eigen stelling '). Deze laatste zou, consequent toegepast, meebrengen dat een ambtenaar, als zoodanig optredend, per se zou zijn in de rechtmatige uitoefening zijner bediening. Zoowel § 113 D. Swb. als ons art. 180 en dergelijke bepalingen, gaan uit van een ander standpunt; vgl. de noot op p. 480 hiervóór, zie v. Sarwey en v. Hamel, daar geciteerd, dezen laatste speciaal p. 285—286 en p. 380 v. b.

Laband wordt in deze ook gevolgd door W. Jellinek (p. 443 hiervóór geciteerd) p. 46, 52, 149 en 173 nt. 2. Jellinek gaat stilzwijgend uit van de m. i. onjuiste opvatting dat een onwettige bestuursdaad, die niet radikaal nietig is, en dus rechtsgevolgen heeft, — nu ook tot haar vernietiging al de rechtsgevolgen moet hebben, verbonden aan de wetlige daad.

34. De leer van Laband c. s., in de voorafgaande nos. 31—33 aangeduid, welke niet geheel dezelfde is als die van O. Mayer, valt ook niet samen met de opvatting dat de wettigheid van bestuursdaden, behoorende tot den formeelen bevoegdheidskring van dengeen, die ze verrichtte, niet mag beoordeeld door den rechter, ook als die wettigheid voor hem praejudicieel zou zijn; vgl. Laband 1.1. p. 188 sub 2° ja. p. 180, W. Jellinek 1.1. p. 118—119 (vgl. ook hiervóór p. 280 nt. 2 i. f.). — De hier laatstbedoelde

i) Zijn stelsel, ook gehuldigd door Thorbecke in Hand. Tweede Kamer

4854 1855 p. 742 kol. 1 v. b., komt m. i. eerder overeen met den door Mayer

bestreden Politiestaat, dan met den Rechtstaat, waarvan hij een voorstander is. Vgl. ook hiervóór no. 21 sub c en d.

Sluiten