Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opvatting was neergelegd in het gewijzigd ontwerp wet R. Org. van Minister de Veies; vgl. hiervóór p. 417 — 419. De zienswijs van Laband echter leidt tot de gevolgtrekking dat de wettigheid eener bestuursdaad in den regel (anders b.v. bij een vordering tot schadevergoeding) voor den civielen rechter niet praejudicieel zijn kan, omdat de daad toch van kracht blijft tot haar vernietiging, al is zij onwettig; vgl. hiervóór p. 183 v. o. en no. 40 hierna.

§ 7.

Slotaanteekeningen.

35. De meening dat de rechterlijke macht bestuursdaden niet mag beoordeelen wortelt bij ons voornamelijk in de tradities der trias politica; vgl. de volgende nos. 36 en 37.

Ten opzichte van Regeeringsdaden in engeren sin, n.1. die het gebied der z.g. hoogere politiek betreffen '), vindt zij echter bovendien steun in het gevoelen dat voor zulke daden enkel een politieke verantwoordelijkheid der Regeering tegenover de Staten-Generaal bestaanbaar is met het oog op de belangen van den Staat, die soms afwijking van wettelijke voorschriften gebiedend kunnen eischen. Vgl. b.v. art. 140 Ontw. 1905 Wetb. v. Adm. Rv. voor de buitenlandsche betrekkingen. — In Frankrijk

x) Een precieser aanduiding is moeielijk te geven; vgl. Hauriou 11. p. 276—277. De rechter heeft dan uit te maken wat wèl of niet als zoodanig moet gelden. — Het hier nader in den tekst over Frankrijk gezegde sluit zich aan bij Laferrière 1.1. II p. 31 en het citaat van Vivien aldaar, van belang voor de geschiedenis van het begrip «actes de gouvernement». In den geest van Laf. vgl. ook Hauriou 1.1. 276—277 jo. Aucoc 1.1. I no. 4 (p. 11—12). Zie ook Ciiarmont, en de Bijlagen hieronder in den tekst geciteerd. Echter is men het in Frankrijk niet er over eens wat van bedoelde actes het ware kenmerk is. Vgl. Hauriou p. 275 vlgg. Ducrocq 1.1. II p. 20—21 ontkent dat het zou liggen in het politiek karakter der daad, en neemt enkel aan dat zij moet voortvloeien uit de constitutioneele wetten. Maar hij zegt niet wat dan de reden is voor uitsluiting van rechterlijk onderzoek. Overigens wijzen zoowel Laferrière als Hauriou (1.1. p. 276 v. o. j°. nt. I op p. 277) er op, dat het kriterium niet is of er politieke beweegredenen zijn.

Sluiten