Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Boers (p. 453 hiervóór geciteerd) p. 128-131. — J. A. Levy, Adrain. Rechtspraak (1886) p. 281 staat metterdaad op het hier bedoelde standpunt van Thorbecke, hetgeen verwondering mag wekken na de kritiek 1.1. p. 5 ja. p. 2 door Lev^ uitgeoefend op de Jonge, Admin. en Just. p. 1 2, een kritiek, die overigens m. i. geen recht doet wedervaren aan hetgeen de Jonge t. a. p. zegt.

Ook in Duitschland vond Locré's leer ingang, doch zij is daar bestreden door Regelsbergeb in Kritische Yierteljahrschrift für Gezetzgebung und Rechtswissenschaft 4 (1862) p. 57—62. Zie ook Leuthold in Hirth's Annalen des deutschen Reichs^l884 p. 347, 387 v. o., 390 nt. 1, 423 nt. 4, 431 nt. 1; Prazak in Archiv für öffentl. Recht 4 p. 305—306; v. Stengel in diens Wörterbuch des deutschen Verwaltungsrechts i. v. Verwaltungsgerichtsbarkeit II p. 714; v. Lemayer in Grünhuts Zeitschr. f. d. Priv. u. öffentl. Recht der Gegenw. 22 (1895) p. 399, 371, 473_475; Tezner (p. 461 hiervóór geciteerd) p. 1—4, p. 10 nt. 24, p. 113 nt. 123 en p. 140 nt. 163 i. f. (citaat van de Tocqueville, L'ancien régime et la Révolution, 3e éd. liv. II chap. 4; voor „part toujours" is te lezen: „peut toujours"), — alsmede O. Mayer, Deutsches Verwalt.recht I p. 82 — 85, zie ook 1.1. p. 43 met nt. 1 ten betooge dat de boven aangeduide meening van Locré en Thorbecke wortelt in den ouden politiestaat.

Terecht is tegen Thorbecke's voorstelling aangevoerd dat het publiek recht evengoed vaste rechtsverhoudingen regelt als het private, en dat de rechter het stellige recht tot richtsnoer heeft te nemen, al was het algemeen belang dat van den wetgever. Toch zou in deze kunnen opgemerkt dat de rechter rekening heeft te houden met de behoeften, die de wetgever wilde bevredigen, en dat, evenzeer als hij voor een juiste toepassing van het privaat recht op de hoogte moet zijn van de daardoor beheerschte belangen, — zoo ook voor die van het publiek ïecht de waai deering van 'het algemeen belang hem niet vreemd behoort te wezen, terwijl onze rechterlijke macht tot dit laatste niet diiekt geschikt kan. worden geacht. (Vgl. hierbij Thorbecke, Bijdrage

Sluiten