Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nemen (vgl. p. 513—514), moeten opgevat als een competentie-aanwijzing met uitsluiting van anderen, ook van de rechterlijke macht; vgl. p. 76. En dus is omtrent een bindende beoordeeling door de gewone rechterlijke macht der bestuursdaden, onderworpen aan die op speciale wettelijke aanwijzing steunende rechtspraak, van toepassing het hiervóór p. 200—201 gezegde. Derhalve moet worden aangenomen dat dan de rechterlijke macht de bedoelde bindende beslissing niet mag geven '), waardoor zij immers zou komen op het terrein, den administratie ven rechter wettelijk voorbehouden, en haar dus verboden 2).

Intusschen moet bij het zooeven gezegde — en hetzelfde geldt voor de juridiction retenue, als men mocht meenen dat ook deze beteekent competentie met uitsluiting der rechterlijke macht voor de bindende praejudicieele beslissing — toch een restriktie worden aangenomen ten aanzien van het geval dat de bestuursdaad inbreuk zou maken op een der rechten, waarover de beslissing krachtens de wet (speciaal art. 2 R. O.) aan de rechterlijke macht behoort. Voor dat geval n.1. moet m.i. wel concurreerende competentie worden aanvaard ten opzichte der bindende beslissing over de bestuursdaad, tusschen den zooeven bedoelden administratieven rechter en de gewone rechterlijke macht, als voor haar dit punt praejudicieel is. — Immers zou de competentiebepaling b.v. van art. 2 R. O. baar doel althans gedeeltelijk missen, zoo men de administratieve competentieregeling liet prevaleeren, al was het enkel door de bij de rechterlijke macht ingestelde vordering niet-ontvankelijk te verklaren tot na beslissing over de bestuursdaad door den administratieven rechter. En daarom kan in dit geval het inroepen van eerstgenoemde competentiebepaling ook niet opgevat als ontduiking der andere ; vgl. hiervóór p. 201. —

!) Voor de vraag welk gevolg hieraan is verbonden vgl. hiervóór p. '244—245. -) In beginsel zou het in den tekst gezegde evenzeer gelden voor beslissingen omtrent de competentie van eenig administratief orgaan. Maar dit kan buiten beschouwing blijven bij het ontbreken van wettelijke opdracht der beslissing, die deze competentie speciaal tot onderwerp heeft, aan een administratief rechter. Vgl. ook het p. 403—404 gezegde.

Sluiten