Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevel, volgend uit die van den provincialen Gouverneur tot de executoir-verklaring der uitspraak van Ged. Staten.

In het algemeen mag de rechter geen hem niet opgedragen administratieve funktiën verrichten. Daardoor zou hij zich onwettiglijk mengen in de administratie, en overschrijding van rechtsmacht begaan. Zie in dien geest het volgende arrest:

De rechterlijke macht kan wel een dwangbevel ter voldoening van dijk- en polderlasten, in de gevallen bij de wet bepaald, vernietigen of handhaven, maar niet splitsen, veranderen of wijzigen, vermits zij hierdoor een ander dwangschrift zou in de plaats stellen van dat, afgegeven door de administratieve autoriteit, en zich in de administratie zou mengen. — Zoo H. R. 30 Juni .1847 W. 844, R.spr. 27 § 51, v. d. Hon. G. Z. 6 p. 305.

40. Waar in een gegeven geval wordt overwogen dat de rechter bestuursdaden niet mag beoordeelen,- is hiermee vaak iets anders bedoeld, n.1. dat voor hem de wettigheid der aangevallen daad niet praejudicieel is, — omdat ook als zij onwettig is, het rechtsgevolg intreedt, waarop het in casu aankomt, al is dit in het proces door een der partijen ontkend. Ygl. hiervóór nos. 20 sub a, 25 sub a en 34, alsmede p. 182—184. Zie ook

het volgend no. 41.

41. Is aan de administratie overgelaten het eindoordeel ovei de vraag, of de omstandigheden aanwezig zijn, bij de wet vereischt voor haar optreden, — dan volgt daaruit dat de reclitei zich met die vraag niet heeft in te laten. Ygl. ook het vorig no. 40. Er is dan geen sprake van het niet mogen beoordeelen der bestuursdaad, d. w. z. dat hij de wettigheid daarvan zou moeten in het midden laten; maar hij is krachtens de wet gehouden die wettigheid te.erkennen op grond van het oordeel der administratie dat aan de wettelijke vereischten in het gegeven geval is voldaan. Hieromtrent zie Alg. Begins. XYII; vgl. aldaar speciaal de noot op p. 520, no. 22 A sub b (2°.) j°. c, en no. 45 sub a.

Sluiten