Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of tengevolge van hefc gemis aan hen beperkende bepalingen, is overgelaten aan de besturende organen der publiekrechtelijke korporaties, — hetzij aan haar verordenend gezag '), hetzij aan de administratie (hier optredend als bestuur, niet als rechter 2). Zie daarover de volgende § § 2—4.

(2o). die, waaromtrent het eindoordeel bij statuut of reglement eener korporatie (vgl. p. 209 nt. 1), of wel bij gewone overeenkomst is overgelaten aan een daarbij aangewezen persoon, speciaal het bestuur der korporatie. Zie daarover § 5.

c. Een andere onderscheiding, die de boven sub a bedoelde vraag zelf, en daarmee tot op zekere hoogte ook haar beantwoording, in het juiste licht kan stellen, is de volgende, — in principe geldend voor beide sub & aangegeven rubrieken, doch hier in het bizonder voor de eerste gemaakt, omdat voor de andere de jurisprudentie daartoe niet genoeg stof geeft.

Het kan n.1. zijn dat aan iemand (het bestuur) is gelaten het eindoordeel over hetgeen al dan niet wenschelijk of noodig is ter behartiging der hem toevertrouwde belangen (zie § 2), — of wel (zie § 8) dit eindoordeel kan hem toekomen aangaande het al dan niet aanwezig zijn van bepaalde feitelijke omstandigdigheden. En het laatste kan of zóó voorkomen dat mèt de waardeering der feitelijke omstandigheid tevens wordt beslist over hetgeen dientengevolge gewenscbt is of noodig voor eenig speciaal doel (dit in tegenstelling met het algemeene doel, behartiging door de administratie der algemeene belangen), — öf wel zonder laatstbedoeld gevolg.

Verder kan nog de kwestie rijzen, of niet aan iemand (speciaal de administratie) ter bepaling van zijn handelwijze is overgelaten het eindoordeel omtrent het al dan niet bestaan eener rechtsbetrekking of omtrent de naleving van verplichtingen; zie § 4. vgl. ook nos. 60 en 61.

Ten slotte wijst § 6 op zekere analogie, welke met de in de

!) D. w. z. het wetgevend gezag in ruimeren zin, doch met uitsluiting der z.g. wetgevende macht in het Rijk.

2) Vgl. de noot op p. 520.

Léon: Rechtspraak, 3e Druk, Deel II, afl. 1 33*

(Mr. L. van Praag, Hecht. Org.)

Sluiten