Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Nu art. 4 der Arbeidswet van 5 Mei 1889 Stbi. 48 (gelijk dit luidde vóór de wijziging bij de wet van 28 April 1906 Stbl. 97) zoowel een onvoorwaardelijk als een voorwaardelijk verbod van vrouwenarbeid, gegrond op gevaren voor leven of gezondheid, bij Kon. Besl. veroorlooft, liggen—waar bij K. B. *) een onvoorwaardelijk verbod is uitgevaardigd — èn de vraag of het doel had kunnen bereikt door een voorwaardelijk verbod, èn die of het gevaar voor leven en gezondheid was van zulken aard dat een arbeidsverbod moest worden gegeven, als rakende de innerlijke waarde van het Kon. Besl., buiten de beoordeeling der rechterlijke macht, indien uit niets blijkt dat op anderen grond dan bedoeld gevaar het voorschrift door de Kroon is gegeven. — Zoo H. R. 24 Dec. 1906 W. 8476 p. 8, R.spr. 204 § 44, P. v. J. 627, G.st. 2897 sub 8°.

De wettigheid van het Kon. Besl. was niet afhankelijk van de vraag, of een voorwaardelijk dan wel een onvoorwaardelijk verbod doelmatig was. Maar uit de hier laatstvermelde zinsnede van het arrest blijkt dat de H. R., nu de competentie der Kroon ingevolge de Arbeidswet werd bepaald daardoor of zij optrad ter afwending der in die wet aangeduide gevaren, — onwettig zou hebben geoordeeld een Kon. Besl., waarvan kon aangetoond dat het op een anderen grond was uitgevaardigd. Vgl. no. 21 hierna.

c. Daar de Ongevallenwet het aan een algemeenen maatregel van bestuur overlaat kenmerken te stellen, waarnaar de evenredigheid van gevaar, bedoeld in het slot van art. 81 lid 1 dier wet wordt beoordeeld, kan de rechter de juistheid dier bij Kon. Besl. gestelde kenmerken niet onderzoeken. — Zoo Centr. Raad v. Beroep Ongev.-Verz. 30 Okt. 1903 Wekker, De Recbtspr. v. d. C. R. 1903 no. 27.

■A. a. Ten aanzien van provinciale verordeningen is uit art. 140

1) Het gold hier art. 15 K. B. 10 Maart 1903 Stbl. 83, zooals dat toen laatstelijk was gewijzigd bij K. B. 20 Jan. 1900 Stbl. 5. — Het K. B. van 1903 is nu vervangen door dat van 13 Juli 1900 Stbl. 204, sedert gewijzigd bij K. B. 17 Sept. 1900 Stbl. 243.

Sluiten