Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet den rechter blijkt, zoodat hij de verordening heeft toe te passen. Vgl. ook hierna no. 22 A sub b (3°).

Beweerd is ook dat de rechter, door te onderzoeken of de prov. verordening treedt in Rijksbelangen, noodzakelijk zou beoordeelen de innerlijke waarde der verordening, in strijd met art. 11 wet Alg. Bepal. Zoo Rb. Utrecht 19 Maart 1866, vermeld op p. 581 hierna, en de Bosch Kemper, Handl. Ned. Staatsr. (1865) p. 287. — Het komt mij echter voor dat art. 11 voornoemd buiten de kwestie staat. Aangenomen nu (wat hier worde in het midden gelaten) dat het artikel alle wettelijke voorschriften omvat, dan verbiedt het wel den rechter te onderzoeken of een verordening dienstig is voor het belang, waartoe deze is uitgevaardigd, — maar m. i. niet ook of zij dit belang betreft (vgl. de noot op p. 525 en no. 5 sub e). En evenmin of zij treedt in hooger belang, ook al hangt de oplossing van deze kwestie enkel af van de beantwoording der vraag, wie het best zal regelen. Dit laatste is wel een doelmatigheidsvraag, maar niet de door art. 11 wet Alg. Bep. bedoelde. — Zie ook Oppenheim, Ned. Gem.-recht, 3e ed. I p. 349.

H. R. 15 Febr. 1909 W. 8823, P. v. J. 832, is implicite gewezen in overeenstemming met de hierboven aangegeven leer, verkondigd door de Red. W. B. A. Immers onderzocht dit arrest, of de toen aangevallen bepaling van het provinciaal reglement zooals in het cassatiemiddel was aangevoerd, inbreuk maakte op zekere in dat middel aangehaalde artikelen van wetten en Kon. besluiten, — terwijl met dit „inbreuk maken" kennelijk niet was bedoeld strijden met, doch treden in het onderwerp door die wetten en Kon. besluiten geregeld. — Overigens overwoog dit arrest van 1909 dat de vraag, of een bepaling in een prov. reglement treedt op het gebied van het algemeen Rijksbelang, staat ter beoordeeling van Prov. Staten en de Kroon, en is onttrokken aan het oordeel van den rechter.

Zie over art. 141 Prov.wet nog T. Sybenga in R.Mag. 27 (1908) p. 294—301, m. i. terecht bestreden door Red. in W. B. A. 3072

34

Sluiten