Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

G. Z. 6 p. 333. Bij de laatste twee arresten werd strijd met het algemeen belang aangenomen wegens strijd met een Kon. Besl., in het algemeen belang uitgevaardigd. Tegen deze toepassing van het stelsel van den H. R., Red. W. 863 in aanteekening op het arrest van 17 Nov. 1847, en Quarles v. Uffoed in Themis 1848 p. 391, met aanhaling van de Vries (p. 530 hiervóór geciteerd) p. 39, welke laatste echter geheel-dezelfde leer verkondigde als de H. R.

De Vries voert als argument voor het beginsel dat de rechter verordeningen niet mag toetsen aan hooger belang, aan dat hij, wien de zorg voor dat belang is toevertrouwd, alléén bevoegd is te beoordeelen, wat dit belang verbiedt. Dit is m. i. juist, zelfs bij een bepaling als art. 153. Grw. 1840. Niet alleen kan volgehouden dat het onderzoek of een verordening strijdt met het algemeen belang, haar innerlijke waarde geldt, maar buitendien is een appreciatie van het algemeen belang, voorzoover dit ter behartiging is toevertrouwd aan het administratief gezag, den rechter zonder speciale wettelijke opdracht in den regel niet geoorloofd ; zie hierna p. 559 ja. p. 567 v. b. met nt. 2. Vgl. ook het hiervóór op p. 528 opgemerkte. Zie voorts G. A. v. Hamel in T. v. S. I p. 374, en J. Fresemann Viëtor in Bijdr. St.-best. 12 p. 14—15.

— De H. R. ging in de geciteerde arresten van 1842 en 1848 er van uit dat de bewering van strijd eener verordening met het algemeen belang, betreft haar innerlijke waarde, en dat art. 11 Wet Alg. Bep. dus bedoeld onderzoek den rechter verbiedt.

— Opgemerkt worde nog dat, terwijl van een verordening die met de wet strijdt, kan gezegd dat zij op dien grond onverbindend is voor de burgers, ditzelfde niet geldt bij niet door het daartoe bevoegd gezag geconstateerden strijd met hooger belang '), zoodat

!) Althans bij gemis eener wetsbepaling, die als art. 153 Grw. 1840 kan . gezegd strijd met het algemeen belang indirekt te stempelen tot strijd met de wet. Vgl. intusschen de vorige noot. Is het eindoordeel over het bestaan van strijd met het algemeen belang aan het gezag, dat voor dit belang waakt, dan hangt het, ook bij een bepaling als bedoeld art. 153, toch af van de verklaring van dit gezag, of de zooeven aangeduide indirekte strijd met de wet aanwezig kan geacht.

Sluiten