Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

billijkheid, maar, achter „notamment" zelf gronden noemend, die blijkbaar uit billijkheidsoverwegingen zijn gekozen, — niet anders kan opgevat dan door laatstbedoelden term aan de administratie het eindoordeel te laten voor andere dergelijke billij kheidsgrond en.

Het hier vermelde arrest heeft beteekenis voor het standpunt, dat de H. R. in het algemeen inneemt ten aanzien van bepalingen met soortgelijken inhoud als de hier geciteerde. Dat die bepaling zelf voor toepassing door den rechter op dit punt in aanmerking zou kunnen komen, is slechts denkbaar bij een vrij onwaarschijnlijke klacht over te groote vrijgevigheid der administratie.

1». h. De gedachte dat de rechter niet heeft te onderzoeken de doelmatigheid van administratieve voorschriften, gegeven ter verzekering der uitvoering eener verordening — hier óók ingevolge de op dit punt geldende regeling der Rijkswet —, ligt mede ten grondslag aan het vonnis van Rb. Leeuw. 17Dec. 1896 P. v. J.' 1897 no. 24, aldus beslissend: Krachtens art. 2 no. 1 wet 9 Okt. 1841 Stbl. 42 [zie nu art. 1 no. 2 wet 9 Mei 1902 Stbl. 54], is een waterschap, d. w. z. het bestuur daarvan als de reglementen dit medebrengen, bevoegd om den afstand aan te wijzen, op welken bij slatting [buitengewoon onderhoud] de gestatte specie van den kant eener molen-aar [sloot] moet worden verwijderd, — waar het polderreglement dien afstand niet bepaalt, doch voorschrijft dat de specie moet worden verwijderd van den „kant", een onbestemd woord, er op wijzend dat aan het uitvoerend gezag van het waterschap is voorbehouden om in elk voorkomend geval de maat der verwijdering te bepalen. Is dit geschied, dan mag de burgerlijke redder niet in een onderzoek treden naar het doelmatige en gegronde der aanwijzing door het bestuur binnen de grenzen zijner publiekrechtelijke taak gedaan. — De Rechtbank vernietigde hier een vonnis van Ktg. Bolsward, waarbij de vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad op dezen grond was toegewezen, dat nergens was voorgeschreven dat de kant der sloot werd bepaald op den afstand, door het waterschapsbestuur daarvoor willekeurig aangegeven. — Ygl. bladzijde 581 v. b.

Sluiten