Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

564

Inleid, wet R. O. — Alg. Begins. XVII.

met de overeenkomstige bepalingen in de Grondwet sedert de herzieningen van 1848 en 1887. Zulk een vergelijking toont hoe hetzelfde kan zijn bedoeld, hoewel het ééne voorschrift naar zijn redaktie wèl, het andere niet, de wettigheid eener daad afhankelijk stelt van hetgeen al dan niet wenschelijk is in het algemeen belang. Dat een gemeenteverordering met het algemeen belang niet mag strijden, is, nu het niet in de wet staat, evenzeer waar als toen de Grondwet van 1815 (en 1840) het vermeldde. Dat de rechter, geroepen de wettigheid der verordening te toetsen, thans niet heeft te vragen of zij'strijdt met het algemeen belang, zal vermoedelijk niet door velen worden betwist. Vóór 1848 was het echter een open kwestie, en toen zou bij de leer, gehuldigd door de in de eerste noot op p. 563 geciteerde schrijvers, welke aan de redaktie der wet per se in deze een beslissend gewicht toekent1), — (althans als men art. 11 wet Alg. Bep. hier niet den doorslag laat geven) kwalijk een andere oplossing mogelijk zijn geweest dan die dat de rechter de bedoelde vraag wèl had te onderzoeken. Die meening is, ook door de oudere jurisprudentie, niet aanvaard (vgl. no. 6); m.i. volkomen terecht, onverschillig of art. 11 wet Alg. Bep. hier wel of niet toepasselijk was. Mocht dit laatste niet zoo zijn, dan nog zeide de Grondwet van 1815 slechts iets wat vanzelf sprak, en kon die overtollige vermelding gerust worden behandeld als stond zij niet in de wet. — Een gelijk geval deed zich voor bij de in no. 5 sub d i. f. vermelde arresten van den H. R. over art. 3 K. B. 21 Mei 1827 Stbl. 25. — En hetzelfde geldt m.i. overal, waar de onbetwistbare stelling dat de bevoegdheid 2)

!) Vgl. v. Idsinga, Het Verslag der Staats-Commissie (1899) p. 18—19. — Het komt hier aan op de methode van wetsinterpretatie, in deze te volgen. Zie nader sub (2°) p. 572—573. Van de uiteenzetting aldaar op dit punt, is het hier sub (1°) gezegde een toepassing.

2) Dit woord hier in ruimen zin, niet in dien van competentie.

Met het geval dat de wet een bevoegdheid der administratie erkent of haar die toekent, staat ten deze niet geheel gelijk dat, waarin zij haar het gebruik maken dier bevoegdheid tot verplichting stelt, onder de mits dat dit noodig zij of wenschelijk voor de vervulling harer taak. Dan is door de wet het vrije

Sluiten